Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3874

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-08-2012
Datum publicatie
09-08-2012
Zaaknummer
10-6152-WAO-T
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Er is geen reden de door de Raad ingeschakelde deskundige niet te volgen. Het Uwv zal alsnog de door de deskundige gegeven urenbeperking moeten weergegeven in een door de bezwaarverzekeringsarts op te stellen FML en vervolgens zal de bezwaararbeidsdeskundige, zonodig in overleg met een bezwaarverzekeringsarts, moeten bezien of de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in een maximale omvang van 20 uur per week beschikbaar zijn en welke mate van arbeidsongeschiktheid daaruit voortvloeit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6152 WAO-T

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2010, 08/3309 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 8 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.J. Vis hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en desgevraagd een nader stuk overgelegd.

Bij brief van 21 april 2011 zijn namens appellante nadere medische gegevens in het geding gebracht.

Desgevraagd heeft het Uwv een rapport van bezwaarverzekeringsarts J. Jonker van 27 april 2011 ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. M.A.A.M. Verspagen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F.P.L. Smeets.

De Raad, van oordeel zijnde dat het onderzoek niet volledig is geweest, heeft dit heropend.

Op verzoek van de Raad heeft reumatoloog dr. G.H.C. Schardijn bij rapport van 25 januari 2012 als deskundige van verslag en advies gediend over de gezondheidstoestand van appellante op de datum in geding.

Het Uwv heeft met een rapport van 9 februari 2012 van bezwaarverzekeringsarts J. Jonker op het advies van de deskundige gereageerd.

Deskundige Schardijn is desgevraagd bij rapport van 12 april 2012 op deze reactie ingegaan.

Het Uwv heeft, hiermee geconfronteerd, gereageerd met een commentaar van 15 mei 2012 van de bezwaarverzekeringsarts.

Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten en heeft de Raad vervolgens het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de voor dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen daarover is weergegeven in de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende. Bij besluit van 14 augustus 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen de herziening van haar uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 80 tot 100% naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% bij besluit van 31 oktober 2007 ongegrond verklaard, met dien verstande dat voor de herzieningsdatum 1 januari 2008 dient te worden gelezen 7 januari 2008.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dit besluit vernietigd onder instandlating van de rechtsgevolgen. De rechtbank heeft aangegeven op welke gronden zij het advies van de door haar ingeschakelde deskundigen, reumatoloog dr. G.A.W. Bruijn en internist-oncoloog dr. M.B. Polee, niet heeft gevolgd. De rechtbank heeft aanleiding gezien om het bestreden besluit wegens een gebrekkige motivering te vernietigen, maar heeft in de reacties van de bezwaarverzekeringsarts op de (nadere) rapporten van de deskundigen voldoende aanknopingspunten gevonden om dit gebrek geheeld te achten en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand te laten.

3. Appellante heeft in hoger beroep de medische en arbeidskundige gronden, aangevoerd in bezwaar en beroep, herhaald en nadere medische rapporten overgelegd, waaruit zou volgen dat een medische urenbeperking noodzakelijk is. De bezwaarverzekeringsarts heeft in reactie daarop haar standpunt dat dit niet noodzakelijk is gehandhaafd.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. Appellante heeft haar stelling dat haar medische beperkingen niet juist zijn vastgesteld bij het door de rechtbank feitelijk in stand gelaten bestreden besluit onderbouwd met rapporten van dr. F.H.J. van der Hoogen, reumatoloog, van 15 maart 2011 en drs. D.M.P.J. Wierpen-Heijnen, verzekeringsarts, van 18 maart 2011, alsmede een op verzoek van het Uwv opgemaakt rapport van dr. R. Ernst te Nordhorn (Duitsland) van 28 februari 2011. Deze medische gegevens gaven aanleiding dr. Schardijn als deskundige te benoemen en hem te vragen te rapporten over de gezondheidstoestand van appellante. Deze deskundige is in zijn rapport (van 25 januari 2012) ten aanzien van de datum in geding tot de conclusie gekomen dat appellante onder meer lijdt aan een chronisch goedaardig pijnsyndroom, type fibromyalgie, en een progressieve polyarthrose en dat zij als gevolg van de combinatie van beide aandoeningen niet meer dan 20 uur per week belastbaar is te achten. Hij oppert dat voor deze urenbeperking mogelijk ruimte gevonden kan worden in de Standaard verminderde arbeidsduur vanuit het preventieve aspect.

4.2. Bezwaarverzekeringsarts Jonker heeft bij rapport van 9 februari 2012, in reactie op het advies van de deskundige, zich op het standpunt gesteld dat partijen het over het medische feitencomplex eens zijn en slechts van mening verschillen over het antwoord op de vraag in hoeverre dit klachtenpatroon een indicatie is voor een urenbeperking. Zij blijft van mening dat dit niet het geval is en vindt het rapport van de deskundige niet overtuigend.

4.3. Schardijn heeft bij brief van 12 april 2012 zijn advies gehandhaafd en is daarbij ingegaan op de kritiek van de bezwaarverzekeringsarts.

4.4. In haar commentaar van 15 mei 2012 heeft bezwaarverzekeringsarts Jonker gepersisteerd bij haar standpunt dat er geen medische indicatie is voor een urenbeperking.

4.5. Het onderzoek van de deskundige is volledig en zorgvuldig geweest. In de vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel wordt gevolgd. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is niet gebleken. Met name doet zich niet de situatie voor dat uit de reactie van de deskundige op een andersluidend oordeel van een door een partij ingeschakelde medicus blijkt dat de deskundige zijn eigen oordeel niet serieus heeft heroverwogen. De conclusie van de deskundige Schardijn is overigens met name op het punt van de urenbeperking in lijn met de conclusie van de door de rechtbank ingeschakelde deskundigen.

4.6. Er bestaat aanleiding om met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet het Uwv op te dragen het in de vorige overwegingen aangeduide gebrek in de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid te herstellen. Het Uwv zal daartoe alsnog de door de deskundige Schardijn in zijn rapport van 25 januari 2012 gegeven urenbeperking moeten weergegeven in een door de bezwaarverzekeringsarts op te stellen FML en vervolgens zal de bezwaararbeidsdeskundige, zonodig in overleg met een bezwaarverzekeringsarts, moeten bezien of de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in een maximale omvang van 20 uur per week beschikbaar zijn en welke mate van arbeidsongeschiktheid daaruit voortvloeit.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep draagt het Uwv op binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen als voorzitter en H. Bolt en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van M.D.F. Smit-de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2012.

(getekend) J. Riphagen

(getekend) M.D.F. Smit-de Moor

EV