Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3803

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-08-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
12-2793 ONBEK
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Bij uitspraak van 10 juli 2012, nummer 12/250 ONBEK, heeft de Raad zich onbevoegd verklaard. Gegeven deze uitspraak in de bodemprocedure wordt geoordeeld dat niet langer is voldaan aan de voorwaarde dat met betrekking tot de uitspraak ten aanzien waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd hoger beroep is ingesteld. Hoewel voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de Raad tot het treffen van een voorlopige voorziening voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld, dient deze voorwaarde aldus te worden verstaan dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil er een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2012/229

Uitspraak

12/2793 ONBEK

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet in het geding tussen:

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de besloten vennootschap [naam B.V.]

Datum uitspraak 7 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft bij brief van 10 januari 2012 hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Voorts heeft verzoeker bij brief van 14 mei 2012 de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verzocht een voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

OVERWEGINGEN

Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Verzoeker heeft bij brief van 14 mei 2012 verzocht een dergelijke voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 10 juli 2012, nummer 12/250 ONBEK, heeft de Raad zich onbevoegd verklaard.

Gegeven deze uitspraak in de bodemprocedure wordt geoordeeld dat niet langer is voldaan aan de voorwaarde dat met betrekking tot de uitspraak ten aanzien waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd hoger beroep is ingesteld. Hoewel voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de Raad tot het treffen van een voorlopige voorziening voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld, dient deze voorwaarde aldus te worden verstaan dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil er een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.

Het vorenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat tenslotte geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2012.

(getekend) J.J.A. Kooijman

(getekend) P.N. Rijnsewijn

RK