Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3765

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
09/2617 WW + 09/2618 WW + 11/3816 WW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met nieuw besluit is alsnog aan de bezwaren van appellant tegemoet gekomen. Het Uwv heeft verzuimd te beslissen over de geclaimde bezwaarkosten. Dit betekent dat het nieuwe besluit in zoverre voor vernietiging in aanmerking komt. De Raad voorziet zelf en stelt de bezwaarkosten vast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/2617 WW, 09/2618 WW, 11/3816 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 24 maart 2009, 08/1505 en 08/2262 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 1 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Op 24 december 2010 heeft het Uwv een nieuw besluit genomen, waarbij de bezwaren van appellant tegen een drietal besluiten opnieuw ongegrond zijn verklaard.

Op 7 november 2011 heeft het Uwv een gewijzigd besluit genomen. Het Uwv heeft de bezwaren van appellant tegen de drie besluiten alsnog gegrond verklaard en deze besluiten herroepen.

Bij brief van 27 november 2011 heeft appellant verzocht het Uwv te veroordelen in de kosten die hij in verband met de procedures in bezwaar, beroep en hoger beroep heeft moeten maken en een overzicht van die kosten ingezonden.

Het Uwv heeft op het verzoek om kostenveroordeling gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2012. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1. Met het besluit van 7 november 2011 heeft het Uwv opnieuw op de bezwaren van appellant beslist en de besluiten tot herziening en terugvordering van aan appellant verleende uitkering op grond van de Werkloosheidswet en oplegging van een boete van 31 oktober 2007, 7 november 2007 en 28 april 2008 herroepen.

2.1. Het hoger beroep en het, gelet op de artikelen 6:18, eerste lid, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 24 december 2010 slagen, omdat de door de rechtbank beoordeelde besluiten van 2 april 2008 en 29 augustus 2008 en het besluit van 24 december 2010 niet worden gehandhaafd. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, waarbij de besluiten van 2 april 2008 en 29 augustus 2008 in stand zijn gelaten, moet worden vernietigd, evenals de besluiten van 2 april 2008, 29 augustus 2008 en 24 december 2010.

2.2. Ook het, eveneens van rechtswege ontstane, beroep tegen het besluit van 7 november 2011 slaagt. Met de herroeping van de besluiten van 31 oktober 2007, 7 november 2007 en 28 april 2008 is aan de bezwaren van appellant tegemoet gekomen, maar appellant heeft er terecht op gewezen dat het Uwv heeft verzuimd te beslissen over de door hem geclaimde bezwaarkosten. Dit betekent dat het besluit van 7 november 2011 in zoverre voor vernietiging in aanmerking komt. De Raad zal zelf voorzien en bezwaarkosten vaststellen.

3.1. Vergoeding van bezwaarkosten op grond van artikel 7:15 van de Awb en van proceskosten op grond van artikel 8:75 van de Awb vindt plaats volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). In artikel 1 van het Bpb is een limitatieve opsomming gegeven van de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. De door appellant opgevoerde kosten verband houdende met het opstellen van brieven, het voeren van telefoongesprekken, het voorbereiden van (hoor)zittingen en het parkeren van zijn auto zijn geen kosten die worden vergoed.

3.2. Voor vergoeding komen wel in aanmerking de verletkosten en reiskosten die appellant heeft gemaakt in verband met het bijwonen van de verschillende (hoor)zittingen. De verletkosten worden vergoed op basis van het door appellant genoemde uurtarief van € 48,37 en de reiskosten op basis van de kosten van openbaar vervoer.

3.3. De Raad gaat uit van een tijdsbesteding van zeven uur voor het bijwonen van de hoorzittingen te Zwolle, van vijfenhalf uur voor het bijwonen van de hoorzitting te Amsterdam en van drieënhalf uur voor het bijwonen van de zitting in hoger beroep, in totaal zestien uur. De verletkosten bedragen € 773,92 (16 x € 48,37). Voor toekenning van verletkosten in verband met het bijwonen van de zitting in beroep bestaat geen aanleiding, omdat appellant ten tijde van die zitting werkloos was.

3.4. De reiskosten van appellants woonplaats naar Zwolle en terug zijn tweemaal € 3,50, naar Amsterdam en terug € 38,20, naar Zutphen en terug € 21,80 en naar Utrecht en terug € 31,60, in totaal € 98,60.

3.5. Het Uwv zal worden veroordeeld de door appellant gemaakte kosten te vergoeden tot een bedrag van € 872,52.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

-vernietigt de aangevallen uitspraak;

-verklaart de beroepen tegen de besluiten van 2 april 2008 en 29 augustus 2008 gegrond en vernietigt die besluiten;

-verklaart het beroep tegen het besluit van 24 december 2010 gegrond en vernietigt dat besluit;

-verklaart het beroep tegen het besluit van 7 november 2011 gegrond, vernietigt dat besluit voor zover niet is beslist over vergoeding van bezwaarkosten, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit;

-veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 872,52;

-bepaalt dat het Uwv het door appellant in de beroepen en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 188,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2012.

(getekend) M. Greebe

(getekend) L. van Eijndthoven

EV