Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3577

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-08-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
11-6181 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning Wet WIA-uitkering naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-80%. Het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische grondslag. De rechtbank heeft terecht de conclusies van de internist gevolgd en geen redenen gezien daarvan af te wijken. Ook uit de informatie van de behandelend reumatoloog volgt niet dat de in de functionele mogelijkhedenlijst in verband met de gewrichtsklachten opgenomen beperkingen, zoals frequent buigen, tillen, lopen en staan, onvoldoende zijn. Niet is aannemelijk gemaakt dat de allergieën op de datum in geding tot beperkingen moeten leiden. De rechtbank heeft voorts met juistheid geoordeeld dat de functies administratief medewerkster, productiemedewerker textiel en wikkelaar passend zijn. De motivering van de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapporten is voldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/6181 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 september 2011, 08/971 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 3 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.H.J. van Geffen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2012. Appellante is, zoals bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sluijs.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is op 28 januari 2005 uitgevallen voor haar werk als verkoopster wegens buikklachten in verband met de ziekte van Crohn. Bij besluit van 26 april 2007 is haar meegedeeld dat zij per 26 januari 2007 geen uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) kan krijgen.

1.2. Bij besluit op bezwaar van 14 februari 2008 heeft het Uwv het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

1.3. Tijdens de procedure bij de rechtbank heeft het Uwv bij besluit van 25 februari 2011 (bestreden besluit) het bezwaar alsnog gegrond verklaard en appellante ingaande 26 januari 2007 een WIA-uitkering toegekend naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-80%.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen de besluiten op bezwaar gegrond verklaard, deze besluiten vernietigd en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag is gebaseerd. Zij heeft daarbij de door haar geraadpleegde deskundige internist P.M. Elte gevolgd. De bevindingen van die deskundige zijn volledig overgenomen door het Uwv. Met de gewrichtsklachten is voldoende rekening gehouden. Appellante heeft niet onderbouwd dat sprake is van beperkingen tengevolge van door haar genoemde allergieën. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de passendheid van de functies. Het WIA-maandloon is vastgesteld op € 1.286,89.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij zich niet kan verenigen met de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de gewrichtsklachten, de allergieën en de geschiktheid van de functies. Zij acht zich volledig en duurzaam arbeidsongeschikt.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg ten aanzien van het bestreden besluit, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad voegt daar het volgende aan toe. De rechtbank heeft terecht de conclusies van internist Elte gevolgd en geen redenen gezien daarvan af te wijken. Zijn onderzoek is zorgvuldig geweest en het rapport is deugdelijk onderbouwd. Voorts noemt hij ook de gewrichtsklachten. Er moet dan ook vanuit worden gegaan dat hij daarmee rekening heeft gehouden. De behandelend reumatoloog van appellante heeft in zijn brief van 20 december 2005 aangegeven dat het algemene onderzoek van appellante geen bijzonderheden heeft opgeleverd. Als leefregels heeft hij genoemd voldoende beweging en het voorkomen van overbelasting. Ook uit deze informatie volgt niet dat de in de functionele mogelijkhedenlijst in verband met de gewrichtsklachten opgenomen beperkingen, zoals frequent buigen, tillen, lopen en staan, onvoldoende zijn. Met betrekking tot de allergieën wordt opgemerkt dat appellante deze tijdens het onderzoek door de verzekeringsarts op 12 maart 2007 en in het bezwaarschrift niet heeft genoemd. Ook de huisarts noemt ze in zijn brief van 27 november 2007 niet. Ook anderszins is niet aannemelijk gemaakt dat de allergieën op de datum in geding, 26 januari 2007, tot beperkingen moeten leiden.

4.3. De rechtbank heeft voorts met juistheid geoordeeld dat de functies administratief medewerkster, productiemedewerker textiel en wikkelaar passend zijn. De motivering van de bezwaararbeidsdeskundige in de rapporten van 4 januari 2011 en

11 juli 2011 is voldoende. Aangaande de functie administratief medewerker wordt daaraan toegevoegd dat beoordeeld moet worden of deze functie, zoals beschreven in het resultaat functiebeoordeling d.d. 18 oktober 2010, op 26 januari 2007 voor appellante passend was. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat die functie inderdaad passend is. Het is een lichte functie, voornamelijk zittend, en kent nauwelijks signaleringen. Voorts is deze functie met de bezwaarverzekeringsarts besproken en passend geacht.

5. Het hoger beroep slaagt niet.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2012.

(getekend) C.W.J. Schoor

(getekend) K.E. Haan

RK