Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3458

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
02-08-2012
Zaaknummer
11-1024 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging recht op ziekengeld. Het Uwv heeft inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd waarom appellant niet ongeschikt is voor zijn laatst verrichte werk in de functie van schoolassistent.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/1024 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 december 2010, 10/1126 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 1 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. F. Verkerk, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2012. Appellant is, met berichtgeving, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J.P.H. Loogman.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was werkzaam als schoolassistent toen hij zich per 30 maart 2009 voor dit werk heeft ziek gemeld met spanningsklachten. Naar aanleiding van deze ziekmelding heeft appellant op 1 december 2009 het spreekuur bezocht van verzekeringsarts E. Tolsma. Deze arts is tot de conclusie gekomen dat appellant met ingang van 2 december 2009 geschikt kan worden geacht voor zijn laatst verrichte werk als schoolassistent. Bij besluit van 1 december 2009 heeft het Uwv dienovereenkomstig met ingang van 2 december 2009 het recht op ziekengeld beëindigd.

1.2. Na een heroverweging door bezwaarverzekeringsarts R.M. de Vink heeft het Uwv bij besluit 28 januari 2010 (bestreden besluit) het bezwaar van appellant tegen het besluit van 1 december 2009 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep voert appellant aan dat het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat hij in staat is tot het verrichten van de werkzaamheden in zijn functie van schoolassistent tegenstrijdigheden bevat. De geschiktheid valt of staat volgens de bezwaarverzekeringsarts immers met de belasting binnen de functie van schoolassistent en hiervan zijn de inhoud en de daarbij behorende verantwoordelijkheden door de bezwaarverzekeringsarts onderschat.

4.1. De Raad oordeelt als volgt.

4.2. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de Ziektewet (ZW) heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld.

4.3. Er bestaat geen aanleiding het medisch onderzoek voor onzorgvuldig te houden dan wel de uitkomst daarvan onjuist te achten. Hierbij is van belang dat de verzekeringsarts appellant psychisch heeft onderzocht en daarbij de beschikking had over de informatie van de huisarts van 27 november 2009, waaruit blijkt dat bij appellant sprake is van een depressieve stoornis, recidiverend matig, grotendeels in remissie. Volgens de verzekeringsarts zijn voor een evidente psychische stoornis geen aanwijzingen te vinden; bovenmatige verschijnselen van depressiviteit, angst of anderszins ernstige psychische pathologie zijn niet vastgesteld.

4.4. Bezwaarverzekeringsarts De Vink heeft vervolgens het dossier bestudeerd en appellant op het spreekuur van 20 januari 2010 geobserveerd. De Vink heeft, in overeenstemming met de informatie van de huisarts, in het rapport van 20 januari 2010 te kennen gegeven dat bij appellant sprake is van een chronische depressieve stoornis, matig, gedeeltelijk in remissie, welke gepaard gaat met beperkingen. De geschiktheid voor zijn laatst verrichte werk van schoolassistent hangt dan ook af van de belasting in deze functie. De bezwaarverzekeringsarts heeft daarom de bezwaararbeidsdeskundige verzocht om de psychische belasting in deze functie in beeld te brengen. Na telefonisch onderzoek bij de voormalig werkgever van appellant heeft de bezwaararbeidsdeskundige C.J.T. Neefjes in het rapport van 28 januari 2010 te kennen gegeven dat de psychische belasting in deze functie beperkt is. Er is geen sprake van hoog handelingstempo, conflicthantering of hectiek. Appellant werkte onder directe begeleiding van de vaste conciërge, waarbij geen sprake is van een grote mate van zelfstandigheid of eindverantwoordelijkheid. Nu sprake is van een beperkte psychische belasting in de functie van schoolassistent, is de bezwaarverzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat appellant, ondanks zijn beperkingen, hiervoor geschikt is te achten.

4.5. Gelet op het vorenstaande heeft het Uwv inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd waarom appellant per 2 december 2009 niet ongeschikt kan worden voor zijn laatst verrichte werk in de functie van schoolassistent.

5. Hetgeen onder 4.2 tot en met 4.5 is overwogen, leidt tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

6. Er zijn geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) K.E. Haan

EV