Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3450

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-07-2012
Datum publicatie
02-08-2012
Zaaknummer
11-1568 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

(Mede)terugvordering bijstandsuitkering. Gezamenlijke huishouding. Inkomsten uit drugshandel. Schending inlichtingenverplichting. Appellant is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat, ook als [N.] haar verplichting tot het geven van inlichtingen wel naar behoren zou zijn nagekomen, volledige, althans aanvullende bijstand naar de norm voor gehuwden over die periode zou zijn verstrekt omdat geen volledige openheid is gegeven over de financiële situatie van appellant en [N.], waaronder de inkomsten dan wel het vermogen vanwege de hand- en spandiensten die appellant had verricht ten behoeve van de drugshandel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1568 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 januari 2011, 10/733 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Urk (college)

Datum uitspraak 31 juli 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. V.P.J. Tuma, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is, gevoegd met de zaken 11/1566 WWB en 11/1567 WWB van [N.], ter behandeling aan de orde gesteld op 19 juni 2012. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen. In de gevoegde zaken wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. [N.] ontving van 30 april 2001 tot en met 10 mei 2009 bijstand, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande ouder.

1.2. Naar aanleiding van een vermoeden dat [N.] samenwoont met appellant heeft een sociaal rechercheur van de Dienst Sociale Zaken van de gemeente Amere een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan [N.] verleende bijstand. Hiervan is een rapportage opgemaakt op 14 januari 2009. Vervolgens is de zaak overgedragen aan de Sociale Recherche Flevoland. De sociale recherche heeft onder meer dossieronderzoek verricht, schriftelijk en mondeling informatie ontvangen van de Regiopolitie Flevoland, getuigen gehoord en appellant en [N.] verhoord. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 13 augustus 2009.

1.3. De onderzoeksresultaten zijn voor het college aanleiding geweest om bij besluit van 6 november 2009 de bijstand van [N.] over de periode van 1 november 2007 tot en met 10 mei 2009 (periode in geding) in te trekken en de over deze periode gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 22.451,41 van [N.] terug te vorderen en mede van appellant terug te vorderen. Aan dit besluit is ten grondslag gelegd dat [N.], zonder daarvan bij het college melding te maken, een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd met appellant. Tevens is volgens het college in deze periode sprake geweest van inkomsten uit drugshandel.

1.4. Bij besluit van 17 maart 2010, voor zover hier van belang, (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren van appellant tegen het besluit van 6 november 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Hij heeft, samengevat, het volgende aangevoerd. [N.] heeft op de rechtmatigheidsonderzoeksformulieren (rofjes) melding gemaakt van het verblijf van appellant in haar woning, waardoor het college op de hoogte was van de inwoning. Als bij het college hierover onduidelijkheid bestond, dan had het op weg van het college gelegen om daarnaar bij [N.] te informeren. Dit is niet gebeurd. Daarnaast is het verblijf van appellant in de woning van [N.] stapsgewijs verlopen, wat ook blijkt uit de rofjes. Mocht het zo zijn dat [N.] niet correct melding heeft gemaakt van het verblijf van appellant in haar woning dan geldt dit alleen voor de maanden november en december 2007. De overweging van de rechtbank over de handel in verdovende middelen is volgens appellant onvoldoende gemotiveerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Artikel 59, tweede lid, van de WWB bepaalt, voor zover van belang, dat indien de bijstand als gezinsbijstand aan gehuwden had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven, omdat de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 17 niet of niet behoorlijk is nagekomen, de kosten van bijstand mede kunnen worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen als bedoeld in paragraaf 3.4 bij de verlening van bijstand rekening had moeten worden gehouden. Voor de vaststelling of appellant die persoon is, is vereist dat hij in de periode in geding met [N.] een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd. Ingevolge artikel 3, derde lid, van de WWB is van een gezamenlijke huishouding sprake, indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

4.2. In zijn uitspraak van heden in de zaken van [N.], registratienummers 11/1566 WWB en 11/1567 WWB, waarvan een afschrift aan deze uitspraak is gehecht, heeft de Raad geoordeeld dat appellant en [N.] in de periode in geding een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd in de zin van artikel 3, derde lid, van de WWB. Voorts heeft de Raad in die zaak geoordeeld dat [N.] in strijd met de op haar rustende inlichtingenverplichting niet naar behoren melding heeft gemaakt aan het college van het voeren van een gezamenlijke huishouding met appellant en dat als gevolg daarvan aan [N.] ten onrechte bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder is verleend.

De Raad ziet in wat appellant heeft aangevoerd - in essentie hetzelfde als [N.] in hoger beroep hierover heeft aangevoerd - geen aanleiding in deze zaak anders te oordelen.

4.3. Gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 is appellant de persoon met wiens middelen bij de verlening van bijstand aan [N.] rekening had moeten worden gehouden. Aangezien voorts vaststaat dat verlening van gezinsbijstand - niettemin - achterwege is gebleven omdat [N.] de op haar rustende inlichtingenverplichting niet is nagekomen, is ten aanzien van appellant voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 59, tweede lid, van de WWB, zodat het college bevoegd was de kosten van de over de periode in geding aan [N.] verleende bijstand mede van appellant terug te vorderen.

4.4. Voor wat betreft het gebruik maken van de bevoegdheid tot terugvordering, is het aan appellant om aannemelijk te maken dat, ook als [N.] haar verplichting tot het geven van inlichtingen wel naar behoren zou zijn nagekomen, volledige, althans aanvullende bijstand naar de norm voor gehuwden over die periode zou zijn verstrekt. Hierin is appellant niet geslaagd, reeds omdat geen volledige openheid is gegeven over de financiële situatie van appellant en [N.], waaronder de inkomsten dan wel het vermogen vanwege de hand- en spandiensten die appellant had verricht ten behoeve van de drugshandel.

4.5. Uit 4.1. tot en met 4.4. volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en W.F. Claessens en E.J. Govaers als leden, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2012.

(getekend) J.C.F. Talman

(getekend) J. van Dam

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip gezamenlijke huishouding.

HD

+B