Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3367

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-07-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
10-2299 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking en terugvordering bijstand. Het had appellant redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat het bezit van de Mercedes van invloed kon zijn op het recht op bijstand. Dit geldt temeer nu op de inlichtingenformulieren uitdrukkelijk wordt gevraagd kenbaar te maken of en zo ja, welke auto’s men bezit en/of op naam heeft staan. Schending inlichtingenverplichting. Appellant beschikte over een vermogen dat de toepasselijke grens van het (resterende bedrag aan) vrij te laten vermogen overschreed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2299 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 9 maart 2010, 09/3483, 09/3485 en 10/161 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)

Datum uitspraak 31 juli 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.M. de Roo, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 12 april 2012 heeft mr. J. Klaas zich als opvolgend gemachtigde gesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2012. Partijen, waarvan appellant met voorafgaand bericht, zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving sinds 9 februari 2004 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden. Bij het toekenningsbesluit is het resterende vrij te laten vermogen vastgesteld op € 3.821,27. Van 7 juli 2008 tot en met 3 augustus 2008 verbleef appellant op vakantie in Marokko. Bij een heronderzoek op 8 september 2008 kwam naar voren dat appellant twee auto’s op naam had staan: een Renault Clio met [kenteken] (sinds 3 april 2007) en een Mercedes Benz met [kenteken] (sinds 23 juni 2008). Van de tenaamstelling van deze laatste auto had appellant geen melding gemaakt op het rechtmatigheidsonderzoeksformulier. De waarde van deze auto bedroeg onbetwist € 8.440,--. Het college heeft in het bezit van de Mercedes - voor zover hier van belang - aanleiding gevonden bij besluit van 11 november 2008 de bijstand over de periode van 23 juni 2008 tot en met 31 augustus 2008 in te trekken en de gemaakte kosten van bijstand over die periode tot een bedrag van € 2.506,91 van hem terug te vorderen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat appellant over genoemde periode, zonder daarvan mededeling te doen, beschikte over een vermogen dat de toepasselijke grens van het (resterende bedrag aan) vrij te laten vermogen overschreed.

1.2. Bij besluit van 2 juli 2009 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat het vermogensoverschot op € 2.918,07 kan worden becijferd, maar dat de terugvordering tot € 2.506,91 beperkt blijft, omdat appellant anders in een slechtere positie zou komen te verkeren dan zonder het maken van bezwaar het geval zou zijn geweest.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - voor zover hier van belang - het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich op de hierna te bespreken gronden tegen dat onderdeel van de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de WWB wordt onder vermogen verstaan de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden.

4.2. Voor de toepassing van de WWB wordt in het geval een kenteken op naam van een betrokkene staat geregistreerd, behoudens toereikend tegenbewijs, aangenomen dat die auto een bestanddeel vormt van het vermogen waarover de betrokkene beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (CRvB 23 december 2008, LJN BG8940).

4.3. Appellant heeft aangevoerd dat de Mercedes niet van hem was maar van zijn broer. Hij zou deze auto hebben geleend en deze met het oog op zijn vakantie op zijn naam hebben gesteld omdat hij anders niet zonder problemen Marokko kon binnenkomen. Na terugkeer zou hij hebben vergeten de tenaamstelling weer ongedaan te maken. Pas op 17 februari 2009 is het kenteken van de Mercedes weer op naam van zijn broer gezet.

4.4. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Mercedes ten tijde in geding niet tot het vermogen van appellant behoorde. De verklaring die appellant voor het wijzigen van de tenaamstelling op 23 juni 2008 heeft gegeven acht de Raad niet toereikend. De wijziging van de tenaamstelling voor het aangegeven doel was immers niet strikt noodzakelijk en voorts is de tenaamstelling na terugkeer uit Marokko nog gehandhaafd tot 17 februari 2009. Mede in het licht daarvan komt aan de enkele verklaring van de broer van appellant van 25 augustus 2008 dat hij de Mercedes heeft uitgeleend voor de vakantieperiode niet de betekenis toe die appellant daaraan gehecht wil zien. Het door appellant overgelegde vrijwaringsbewijs van de Mercedes van 17 februari 2009 dateert van na de periode hier in geding en wijst bovendien eerder in de richting van doorlopende beschikkingsbevoegdheid van appellant ten aanzien van deze auto. Hetgeen appellant later nog heeft verklaard over het in stalling staan van deze auto vanaf oktober 2008 werpt geen ander licht op de zaak. De Mercedes, waarvan de waarde onbetwist op € 8.440,-- is gesteld, is ten tijde in geding terecht tot het vermogen van appellant en diens echtgenote gerekend.

4.5. Het had appellant redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat het bezit van de Mercedes van invloed kon zijn op het recht op bijstand. Dit geldt temeer nu op de inlichtingenformulieren uitdrukkelijk wordt gevraagd kenbaar te maken of en zo ja, welke auto’s men bezit en/of op naam heeft staan. Door dit na te laten heeft appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting geschonden.

4.6. Appellant heeft subsidiair betoogd dat het vermogen onjuist is vastgesteld. De Raad kan appellant daarin niet volgen. Uit de stukken blijkt dat het college bij de vaststelling van de vermogenspositie van appellant op 23 juni 2008 de waarde van de Mercedes op € 8.440,-- heeft gesteld, daarbij het saldo van de Postbankrekening van € 472,36 heeft opgeteld, daarvan 1,5 maal de bijstandsnorm (€ 1.893,02) heeft afgetrokken en voorts het resterend vrij te laten vermogen van € 4.101,27 daarop in mindering heeft gebracht, hetgeen resulteert in een vermogensoverschrijding van € 2.918,07. De Raad tekent hierbij nog aan dat tijdens een ononderbroken bijstandsperiode maar éénmaal een bedrag ter hoogte van de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de WWB kan worden vrijgelaten. Dit betekent dat bij tussentijdse toename van het vermogen, na een eerdere positieve vermogensvastelling, slechts het verschil tussen dat het eerder vastgestelde vermogen en de in acht te nemen vermogensgrens kan worden vrijgelaten (CRvB 23 december 2008, LJN BH0415). Voorts kan er niet aan worden voorbijgezien dat het college daarnaast onverplicht een bedrag van 1,5 maal de toepasselijke bijstandsnorm heeft vrijgelaten en de terugvordering uiteindelijk heeft beperkt tot een bedrag van € 2.506,91 in plaats van het in de bezwaarfase becijferde bedrag van € 2.918,07, zodat appellant niet is tekortgedaan.

4.7. Het voorgaande betekent dat de beroepsgronden geen doel treffen. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet daarom worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van P. C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2012.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) P.C. de Wit

RB