Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3350

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-07-2012
Datum publicatie
02-08-2012
Zaaknummer
11-5144 ZVW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Het ligt het op de weg van een betrokkene om kennisneming en afhandeling van (belangrijke) poststukken tijdens een verblijf in het buitenland mogelijk te maken. Dat heeft appellant voorafgaand aan zijn vertrek naar het buitenland vanwege familieomstandigheden, echter niet gedaan. Dat appellant daarna tijdens zijn verblijf in het buitenland is opgenomen in het ziekenhuis, betekent niet dat het eerdere verzuim niet aan hem kan worden tegengeworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/5144 ZVW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 juli 2011, 11/1844 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Belgiƫ (appellant)

het College voor zorgverzekeringen (Cvz)

Datum uitspraak 30 juli 2012.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 18 januari 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 18 januari 2012 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 juli 2012, waar partijen - Cvz met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 18 januari 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Uit de gedingstukken blijkt dat een afschrift van de aangevallen uitspraak op 7 juli 2011 bij aangetekende brief aan het - juiste - adres van appellant is gezonden. Aangezien de rechtbank deze uitspraak retour heeft ontvangen, is de uitspraak op 2 augustus 2011 nogmaals aan appellant gezonden. Daarbij is appellant erop gewezen dat de tweede verzending van de uitspraak geen verandering brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was - dus - 18 augustus 2011. Het hogerberoepschrift is op 30 augustus 2011 ter post bezorgd en op 1 september 2011 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij niet in staat is geweest de aangetekende brief bij het postkantoor af te halen, omdat hij vanwege familieomstandigheden in het buitenland verbleef en tijdens zijn verblijf in het buitenland is opgenomen in het ziekenhuis. De echtgenote en de zoon van appellant waren niet bevoegd om aan appellant geadresseerde aangetekende brieven af te halen op het postkantoor.

Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad ligt het op de weg van een betrokkene om kennisneming en afhandeling van (belangrijke) poststukken tijdens een verblijf in het buitenland mogelijk te maken. Dat heeft appellant voorafgaand aan zijn vertrek naar het buitenland vanwege familieomstandigheden, echter niet gedaan. Dat appellant daarna tijdens zijn verblijf in het buitenland is opgenomen in het ziekenhuis, betekent niet dat het eerdere verzuim niet aan hem kan worden tegengeworpen. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 18 januari 2012 onjuist is, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2012.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

JL