Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3213

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
12-377 WWB-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Het verschuldigde griffierecht is niet binnen de daartoe gestelde termijn betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/377 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 december 2011, 11/1586 (aangevallen uitspraak).

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem (college)

Datum uitspraak 25 juli 2012.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 1 mei 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 juli 2012, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 1 mei 2012 berust hierop, dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn uitspraak van 1 mei 2012 is gegeven. In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, overweegt de Raad dat hij ook in hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd geen aanknopingspunten heeft gevonden voor het oordeel dat de betalingstermijn niet zou zijn overschreden of dat die overschrijding appellant redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen. De stelling van appellant dat hij het griffierecht niet kan betalen, kan niet leiden tot een ander oordeel nu hij binnen de gestelde termijn geen actie heeft ondernomen, bijvoorbeeld door het indienen van een schriftelijk verzoek om uitstel van betaling.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2012.

(getekend) H.J. de Mooij

(getekend) P.J.M. Crombach

HD