Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3211

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
12-2877 AWBZ-VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring verzoek om voorlopige voorziening. De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/2877 AWBZ-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (Ciz)

Datum uitspraak 25 juli 2012.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, 09/5062 (aangevallen uitspraak).

Vervolgens heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2012. Verzoeker is niet verschenen. Ciz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.M. Kersjes.

OVERWEGINGEN

Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen dat vereist.

In het eerste lid van artikel 23 van de Beroepswet is bepaald dat door de griffier een griffierecht wordt geheven. Artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden twee weken bedraagt.

Bij brief van 24 mei 2012 is verzoeker erop gewezen dat een griffierecht van € 115,-- is verschuldigd en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen twee weken dient te zijn voldaan.

Bij aangetekende brief van 4 juni 2012 is verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag uiterlijk op 10 juli 2012 dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep, dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat verzoeker er rekening mee moet houden dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk zal worden verklaard, indien het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest, moet het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet-ontvankelijk worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2012.

(getekend) H.J. de Mooij

(getekend) P.J.M. Crombach

HD