Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3041

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-07-2012
Datum publicatie
31-07-2012
Zaaknummer
10-2576 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na een tussenuitspraak (LJN BV8699), is met een nieuw besluit geheel tegemoetgekomen aan de bezwaren van betrokkene. Het hoger beroep van appellant slaagt. De aangevallen uitspraak en het besluit van 20 februari 2009 komen mitsdien voor vernietiging in aanmerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2576 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 24 maart 2010, 09/0903 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 27 juli 2012

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 9 maart 2012 een tussenuitspraak, LJN BV8699, gedaan (tussenuitspraak).

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv bij brief van 1 juni 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar ingezonden, eveneens gedateerd 1 juni 2012.

Betrokkene heeft bij brief van 15 juni 2012 een reactie op deze nieuwe beslissing op bezwaar ingezonden.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting. Vervolgens heeft de Raad het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de tussenuitspraak.

2. Bij besluit van 1 juni 2012 heeft het Uwv, overeenkomstig de tussenuitspraak, de berekening van de hoogte van de IVA-uitkering gebaseerd op de (maatman)functie van commercieel directeur. Op grond van voornoemde functie is het dagloon per 27 augustus 2008 vastgesteld op € 152,40.

3. In reactie op het besluit van 1 juni 2012 heeft appellant te kennen gegeven het besluit volledig aan zijn bezwaren tegemoet komt.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt vast dat met het besluit van 1 juni 2012 geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van betrokkene. Het geding in hoger beroep strekt zich, gelet op de artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, dus niet mede uit tot dit nieuwe besluit.

4.2. Uit overweging 4.1 vloeit voort dat het hoger beroep van appellant slaagt. De aangevallen uitspraak en het besluit van

20 februari 2009 komen mitsdien voor vernietiging in aanmerking.

5. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep, bestaande uit de kosten voor verleende rechtshulp tot een bedrag in beroep van

€ 644,- en in hoger beroep van € 874,- zijnde in totaal € 1.518,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

-vernietigt de aangevallen uitspraak;

-verklaart het beroep tegen het besluit van 20 februari 2009 gegrond en vernietigt dit besluit;

-veroordeelt het Uwv in de proceskosten in beroep en hoger beroep tot een bedrag van in totaal € 1.518,- te betalen aan de griffier van de Raad;

-bepaalt dat het Uwv aan appellant het betaalde griffierecht in beroep en in hoger beroep van in totaal € 152,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2012.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) K. Haan

EV