Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX2130

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-07-2012
Datum publicatie
19-07-2012
Zaaknummer
10-6940 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met nieuw besluit tegemoetgekomen. Proceskostenvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6940 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 december 2010, 10/2740 (aangevallen uitspraak).

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 18 juli 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het Uwv heeft op 12 december 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 17 januari 2012 is namens appellant verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten en de wettelijke rente.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 12 december 2011 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat hij zich met de nieuwe beslissing op bezwaar van 12 december 2011 kan verenigen en verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten en de wettelijke rente.

Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 25 januari 2012, LJN BV1958.

De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, op € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 655,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 2.403,--.

BESLISSING

De Centrale Raad van beroep

- verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;

- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente als hiervoor is aangegeven;

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.403,--.

- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 152,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen

RK