Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX1788

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-07-2012
Datum publicatie
19-07-2012
Zaaknummer
12-1002 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen sprake is van een causaal verband tussen de klachten van betrokkene en de zwangerschap of bevalling. Het standpunt van de bva dat de rechtbank de informatie van de neuroloog onjuist heeft geïnterpreteerd is dan ook juist. De door betrokkene gepresenteerde klachten betreffen subjectieve onderzoeksgegevens waarvoor geen afwijkingen zijn gevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1002 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 januari 2012, 11/7802 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

[A. te B.] (betrokkene)

Datum uitspraak: 18 juli 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2012. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. T.Y. Tsang, advocaat.

OVERWEGINGEN

1.1. Betrokkene was werkzaam als intercedente bij een uitzendbureau en is op 25 juli 2010 via een keizersnede met behulp van een ruggenprik bevallen van een zoon. Aan betrokkene is gedurende de periode van 18 juli 2010 tot en met 6 november 2010 een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg toegekend. Na afloop van deze periode heeft betrokkene zich op

7 november 2010 ziek gemeld met uitvalsverschijnselen aan de linker helft van haar lichaam en incontinentie. Betrokkene is in dit verband op 3 januari 2011 en 8 juli 2011 op het spreekuur van de verzekeringsarts geweest. Deze heeft betrokkene toen, mede op basis van informatie van de neuroloog A. van de Zwart van 17 september 2010, met ingang van 7 november 2010 niet arbeidsongeschikt geacht als gevolg van zwangerschap en bevalling.

1.2. Dienovereenkomstig heeft appellant bij besluit van 8 juli 2011 vastgesteld dat betrokkene per 7 november 2010 niet arbeidsongeschikt is door zwangerschap of bevalling. Bij besluit van 31 augustus 2011 (bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 8 juli 2011 ongegrond verklaard. Appellant heeft zich daarbij gebaseerd op het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts, neergelegd in de rapportage van 30 augustus 2011, dat er geen causaal verband aan te nemen valt tussen de klachten van betrokkene en de bevalling nu er geen afwijkingen zijn gevonden als verklaring voor die klachten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen de rechtbank heeft overwogen. De rechtbank is van oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de ziekte en de zwangerschap en bevalling van betrokkene. De rechtbank wijst er daarbij op dat bij medisch onderzoek door neuroloog A. van de Zwart op 25 augustus 2010 gebleken is van neurologische afwijkingen zoals gevoelsstoornissen in de gehele linkerarm en rechts van het gelaat en krachtsverlies in linkerbeen. Bij onderzoek op 23 augustus 2011 door neuroloog S.M. Manschot in het Bronovoziekenhuis is naar voren gekomen dat er geen gevoel is bij het aanraken van de linkerarm, ook geen vibratiezin en dat ook bij het aanraken van de romp aan beide zijden geen gevoel is. Daarmee staat volgens de rechtbank vast dat sprake is van objectief medisch vastgestelde beperkingen, waaraan naar het oordeel van de rechtbank niet kan afdoen dat de behandelende sector nog geen medische verklaring heeft kunnen vaststellen voor het bestaan van die beperkingen.

3. In hoger beroep heeft appellant onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 26 januari 2012 aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de ziekte en de zwangerschap/bevalling van betrokkene. Volgens appellant heeft de rechtbank de onderzoeksbevindingen van de neuroloog op onjuiste wijze geïnterpreteerd.

4. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen sprake is van een causaal verband tussen de klachten van betrokkene en de zwangerschap of bevalling. In de informatie van neuroloog Van de Zwart van 17 september 2010 en de informatie van neuroloog Manschot van 7 november 2011 staat vermeld dat er bij neurologisch onderzoek geen objectiveerbare afwijkingen zijn gevonden voor de klachten van betrokkene. MRI-onderzoek van de thoracale en lumbale wervelkolom laat geen afwijkingen zien. Het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat de rechtbank de informatie van de neuroloog onjuist heeft geïnterpreteerd is dan ook juist. De door betrokkene gepresenteerde klachten betreffen subjectieve onderzoeksgegevens waarvoor geen afwijkingen zijn gevonden. Nu door betrokkene geen andersluidende medische informatie is overgelegd, is er geen reden voor twijfel aan het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts.

5. De aangevallen uitsprak dient te worden vernietigd en het beroep dient alsnog ongegrond verklaard te worden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 31 augustus 2011 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2012.

(getekend) C.P.J. Goorden

(getekend) D. Heeremans

TM