Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX1214

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
12-07-2012
Zaaknummer
11-1632 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beƫindiging ZW-uitkering. Zorgvuldig onderzoek verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts. Met de aanwezige psychische en lichamelijke problematiek kan appellante haar psychisch weinig belastende maatgevende werk verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1632 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 27 januari 2011, 10/2401 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 11 juli 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.P.A. Thoonen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante was laatstelijk werkzaam als inpakster voor 40 uur per week. Op 24 juli 2009 heeft zij zich wegens lichamelijke en psychische klachten vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld. Naar aanleiding hiervan is aan appellante ziekengeld toegekend.

1.2. Bij besluit van 18 mei 2010 is de uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) met ingang 25 mei 2010 beƫindigd, omdat appellante op en na deze datum weer geschikt is haar werk te doen.

1.3. Bij besluit van 24 juni 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 18 mei 2010 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding de bevindingen en conclusies van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts voor onjuist te houden. De verzekeringsarts heeft informatie opgevraagd bij de behandelend psychiater en deze informatie kenbaar in zijn beoordeling betrokken. De bezwaarverzekeringsarts heeft op 26 oktober 2010 inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd waarom hij meer waarde toekent aan de informatie van de behandelend psychiater dan aan het door appellante in beroep overgelegde expertiserapport van 19 oktober 2010 van psychiater R. Soylu. De bezwaarverzekeringsarts heeft verder kritische kanttekeningen geplaatst bij de door Soylu gestelde diagnoses agorafobie en paniekstoornis en de volgens hem op de datum in geding bestaande persoonlijkheidsproblematiek van appellante, welke kanttekeningen naar het oordeel van de rechtbank met de schriftelijke reactie van Soylu van 3 november 2010 niet voldoende zijn weerlegd. In dit verband heeft de rechtbank nog opgemerkt dat het Uwv niet betwist dat appellante kampt met chronische psychische en lichamelijke problematiek, maar dat deze volgens het Uwv niet leiden tot beperkingen in functionele zin.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep gesteld dat de rechtbank in navolging van de bezwaarverzekeringsarts ten onrechte voorbij is gegaan aan het expertiserapport van Soylu van 19 oktober 2010. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij een aanvullende reactie van Soylu van 22 april 2011 op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 26 oktober 2010 overgelegd.

3.2. Het Uwv heeft in het verweerschrift verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen. Daarbij is gevoegd een rapport van 16 mei 2011 van de bezwaarverzekeringsarts als commentaar op de reactie van Soylu van 22 april 2011.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1. Het oordeel van de rechtbank is juist en de aan dat oordeel in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. De verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts hebben een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellante ten tijde in geding en op verantwoorde wijze geconcludeerd dat met de aanwezige psychische en lichamelijke problematiek appellante haar psychisch weinig belastende maatgevende werk kan verrichten.

4.2. De door appellante in hoger beroep overgelegde reactie van Soylu van 22 april 2011 leidt niet tot een ander oordeel. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapport van 16 mei 2011 erop gewezen dat Soylu mogelijke verklaringen aangeeft voor de bij appellante nog aanwezige psychische klachten, deels in algemene zin en gedeeltelijk wat meer specifiek gericht op haar situatie, maar daarin geen medisch inhoudelijke nieuwe feiten gelezen. De Raad onderschrijft dit commentaar. Uit de reactie van Soylu blijkt niet eenduidig dat de door hem gediagnosticeerde stoornis ten tijde in geding zodanig ernstig was dat appellante niet in staat was tot het verrichten van haar arbeid.

4.3. Gelet op hetgeen onder 4.1 en 4.2 is overwogen slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd en het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade moet worden afgewezen.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst afwijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) K.E. Haan

TM