Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX1204

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
12-07-2012
Zaaknummer
10-5349 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beƫindiging ZW-uitkering. Zorgvuldig onderzoek verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts. Appellant was niet buiten staat zijn werk te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/5349 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 augustus 2010, 10/703 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 11 juli 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Y. Ozdemir, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P.R.L.V.M. Kruik, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. de Rooij-Bal.

OVERWEGINGEN

1. Appellant, die in juni 2006 in verband met lichamelijke en psychische klachten ongeschikt is geworden voor zijn werk als tuinbouwmedewerker, is met ingang van 6 juni 2008, aansluitend aan de wachttijd van 104 weken niet in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Hij werd destijds niet ongeschikt geacht voor de maatmanfunctie en voor passende functies.

2. Appellant heeft zich laatstelijk op 12 oktober 2009 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld. Naar aanleiding hiervan is aan hem uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.

3. Bij besluit van 4 november 2009 heeft het Uwv de ZW-uitkering met ingang van 10 november 2009 beƫindigd, omdat appellant op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.

4. Bij besluit van 16 december 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 4 november 2009 ongegrond verklaard.

5. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat van de kant van appellant geen medische informatie in het geding is gebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de beoordeling van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts.

6. Hetgeen appellant heeft aangevoerd is geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. Appellant heeft zijn in hoger beroep herhaalde standpunt, dat zijn klachten en psychische problematiek op 10 november 2009 van dien aard waren dat het verrichten van werk onmogelijk was, niet met medische gegevens onderbouwd. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding en op verantwoorde wijze geconcludeerd dat appellant op die datum niet buiten staat was zijn werk te verrichten. De door appellant overgelegde stukken hebben geen betrekking op de datum in geding en vormen dus geen reden om de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts in twijfel te trekken.

7. Uit hetgeen onder 6 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak voldoende gemotiveerd is en dat hetgeen appellant heeft aangevoerd geen reden is om die uitspraak niet in stand te laten.

8. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) P.J.M. Crombach

TM