Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX1193

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
12-07-2012
Zaaknummer
11-3625 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen bevoegdheid om loonsanctie op te leggen. Appellant heeft niet aangetoond dat het primaire besluit op 19 januari 2010 is verzonden. Er is geen sprake van een verzendadministratie. Evenmin is op andere wijze gebleken van registratie van uitgaande post. Evenmin staat vast dat het primair besluit voor afloop van de wachttijd is bekendgemaakt en derhalve uiterlijk een dag voor afloop van de wachttijd is verzonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2012/237
USZ 2012/194
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/3625 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 1 juni 2011, 10/1954 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

[naam besloten vennootschap] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] (betrokkene)

Datum uitspraak: 11 juli 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. E. Nagtegaal, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 30 mei 2012. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van Nederveen. Namens betrokkene is L.M. Taal verschenen. Tevens was aanwezig [naam werknemer] (werknemer).

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 19 januari 2010 (primair besluit) heeft appellant het tijdvak waarin werknemer jegens betrokkene als werkgeefster recht heeft op loon tijdens ziekte, verlengd tot 12 december 2010. Die verlenging - ook wel kortweg loonsanctie genoemd - is opgelegd in aansluiting op de afloop van de normale wachttijd van 104 weken op de grond dat betrokkene onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, terwijl daarvoor geen deugdelijke grond aanwezig was. Daarbij heeft het Uwv toepassing gegeven aan artikel 25, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), in verbinding met artikel 65 van die wet.

1.2. Betrokkene heeft tegen het primair besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 28 juni 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het primair besluit herroepen en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De rechtbank heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat de wachttijd afliep op 21 januari 2010. De rechtbank heeft verder vastgesteld dat de verzending van het primair besluit niet per aangetekende post heeft plaatsgevonden. Appellant heeft zijn stelling, dat hij het primair besluit heeft verzonden op de dag van datering, 19 januari 2010, niet (met stukken) onderbouwd. De rechtbank heeft geconcludeerd dat niet kan worden vastgesteld dat het besluit met betrekking tot de loondoorbetalingsverplichting op 19 januari 2010 is verzonden en is bekendgemaakt. Nu betrokkene het besluit eerst op 25 januari 2010 heeft ontvangen, moet het ervoor worden gehouden dat het primair besluit pas na afloop van de wachttijd is verzonden en is bekendgemaakt.

3.1. In hoger beroep heeft appellant het oordeel van de rechtbank bestreden. Appellant heeft aangevoerd dat het primair besluit op de dag van de datering, 19 januari 2010, is verzonden. Appellant acht het - kort gezegd - niet geloofwaardig dat, gelet op de datering, het primair besluit eerst op 25 januari 2010 door betrokkene is ontvangen.

3.2. Betrokkene heeft - kort gezegd - de aangevallen uitspraak onderschreven. Ter zitting heeft betrokkene de aangevoerde grond, dat het hoger beroep door appellant onbevoegdelijk is ingesteld, niet gehandhaafd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Op grond van artikel 25, elfde lid, van de Wet WIA - voor zover hier van belang - vindt verlenging van het tijdvak als bedoeld in het negende lid niet plaats indien het UWV de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid niet geeft voor afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23.

Artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat bekendmaking van een besluit geschiedt door toezending of uitreiking aan de belanghebbende(n), onder wie begrepen de aanvrager.

Uit deze bepalingen volgt dat het besluit tot het opleggen van een loonsanctie als bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA tijdig is gegeven indien dit besluit voor afloop van de wachttijd is bekendgemaakt en derhalve uiterlijk een dag voor afloop van de wachttijd is verzonden.

4.2. Niet in geschil is - en ook de Raad gaat daarvan uit - dat in het onderhavige geval de wachttijd afliep op 21 januari 2010. Evenmin is in geschil dat appellant het primair besluit heeft verzonden en betrokkene dit besluit heeft ontvangen. Het geschil spitst zich toe op beantwoording van de vraag of appellant het primair besluit op 19 januari 2010, de dag van de datering, heeft verzonden.

4.3. De bekendmaking van het primair besluit heeft plaatsgevonden door toezending van dat besluit aan het adres van betrokkene door middel van TNT Post. Vast staat dat de verzending van het primair besluit niet per aangetekende post heeft plaatsgevonden. In de rechtspraak van de Raad is neergelegd dat bij niet-aangetekende verzending of verzending zonder een bevestiging van ontvangst (zoals in dit geval) het risico van het niet kunnen aantonen dat het besluit op de gestelde datum is verzonden, voor rekening van de afzender komt. Dit geldt des te sterker indien in de wet een fatale termijn is opgenomen met betrekking tot het nemen van een besluit. Dit sluit echter niet uit dat langs andere weg kan worden aangetoond dat het betreffende besluit op de gestelde datum is verzonden.

4.4. In het onderhavige geval heeft appellant niet aangetoond dat het primair besluit

op 19 januari 2010 is verzonden. Ter zitting heeft de gemachtigde van appellant bevestigd dat er geen sprake is van een verzendadministratie. Evenmin is op andere wijze gebleken van registratie van uitgaande post. Appellant heeft slechts gewezen op de standaardwerkwijze van verzending op het districtskantoor. De betreffende afdeling stempelt de datum op het besluit, dat vervolgens naar de postkamer gaat voor verzending op dezelfde dag. De laatste postronde is om 15.00 uur. Op post die na dat tijdstip naar de postkamer gaat, wordt het stempel van de volgende dag gezet. Hiermee staat echter niet vast dat het primair besluit ook daadwerkelijk op 19 januari 2010 ter TNT Post is aangeboden. Evenmin staat hiermee vast dat het primair besluit voor afloop van de wachttijd is bekendgemaakt en derhalve uiterlijk een dag voor afloop van de wachttijd is verzonden. Gelet op artikel 25, elfde lid, van de Wet WIA komt in dit geval appellant dan ook niet meer de bevoegdheid toe om betrokkene een loonsanctie op te leggen.

4.5. Uit hetgeen is overwogen onder 4.1 tot en met 4.4 volgt dat de rechtbank het bestreden besluit terecht heeft vernietigd en het primair besluit heeft herroepen. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Appellant wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van werknemer. Deze kosten worden begroot op € 26,20 voor gemaakte reiskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- veroordeelt appellant in de proceskosten in hoger beroep van betrokkene tot een bedrag van € 874,-- en in die van werknemer tot een bedrag van € 26,20;

- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 454,-- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en J. Riphagen en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2012.

(getekend) C.P.J. Goorden

(getekend) E. Heemsbergen

EK