Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX0589

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-07-2012
Datum publicatie
09-07-2012
Zaaknummer
09-5733 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met het nieuwe besluit is geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet gekomen. Proceskostenveroordeling in beroep en hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5733 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 september 2009, 08/4614 (aangevallen uitspraak).

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 6 juli 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.C. Frissart-Kallenbach, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 16 september 2011. Appellant is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Frissart-Kallenbach. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith.

De Raad heeft het onderzoek heropend en een vraagstelling doen uitgaan aan het Uwv.

Het Uwv heeft op 2 maart 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 11 april 2012 is namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat met het nieuwe besluit van 2 maart 2012 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen.

De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 25 januari 2012, LJN BV1958.

Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de kosten in bezwaar, staan de Raad nog ter beoordeling de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep, € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep en € 37,90 aan reiskosten in totaal € 1.555,90.

Nu in beroep en in hoger beroep een bewijs van toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand is afgegeven, dient een bedrag van € 1.555,90 te worden betaald aan de griffier van de Raad.

Voor de vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van schade als hiervoor aangegeven;

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.555,90 te betalen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2012.

(getekend.) J. Brand

(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen

CVG