Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX0560

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-07-2012
Datum publicatie
06-07-2012
Zaaknummer
11-3554 WUBO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Niet verschoonbare termijnoverschrijding. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/3554 WUBO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 4 juli 2012

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 19 januari 2012 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van verweerder van 9 juni 2011 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 19 januari 2012 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 2 juli 2012. Appellante is verschenen. Verweerder is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 19 januari 2012 berust op de overwegingen dat de gronden van het beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 19 augustus 2011 gestelde termijn van vier weken zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig de gronden van het beroep konden worden ingediend, is 16 september 2011. Bij brief gedateerd 7 september 2011, met het poststempel 25 september 2011 en bij de Raad ontvangen op 27 september 2011, heeft appellante de gronden ingediend. Dat is niet binnen de gestelde termijn.

Appellante heeft aangevoerd dat zij voor het verwoorden van de gronden de hulp heeft ingeroepen van een jurist van de Stichting 1940-1945. Deze heeft daarvoor meer tijd genomen dan appellante had verwacht.

De Raad ziet hierin geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad ligt het in een situatie als deze op de weg van de betrokkene om zich binnen de termijn tot (de griffie van) de Raad te wenden en om verlenging van de termijn te vragen. Dat heeft appellante echter niet gedaan. Van feiten of omstandigheden die hebben veroorzaakt dat appellante daartoe niet in staat is geweest, is niet gebleken.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2012.

(get.) T.G.M. Simons

(get.) D.W.M. Kaldenhoven

IvR