Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX0227

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-07-2012
Datum publicatie
05-07-2012
Zaaknummer
12-1468 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om schadevergoeding. Appellant heeft zijn schade niet onderbouwd. Proceskostenveroordeling. Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de aanvullende beslissing op bezwaar geheel aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden overeenkomstig het verzoek van appellant begroot, waarbij als wegingsfactor als bedoeld in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht 0,25 (zeer licht) wordt gehanteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1468 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 31 januari 2012, 09/919 (aangevallen uitspraak).

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 4 juli 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.G.M. van der Meer hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft op 19 maart 2012 een aanvullende beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 19 april 2012 is namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv op grond van de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Voor zover appellant met zijn verwijzing naar artikel 8:73a van de Awb bedoeld heeft vergoeding van schade te vorderen, moet worden vastgesteld dat hij deze schade niet heeft onderbouwd.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de aanvullende beslissing op bezwaar van 19 maart 2012 geheel aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden overeenkomstig het verzoek van appellant begroot op € 109,--, voor verleende rechtsbijstand, waarbij als wegingsfactor als bedoeld in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht 0,25 (zeer licht) wordt gehanteerd.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

-wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de schade af;

-veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 109,--.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2012.

(getekend) M. Greebe

(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen

TM