Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9499

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
27-06-2012
Zaaknummer
10-4113 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ZW-uitkering, omdat appellante op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellante. Volgens de bezwaarverzekeringsarts waren de klachten van appellante niet zo ernstig dat zij als gevolg daarvan ongeschikt was voor haar weinig belastende werk, dat zij slechts een gering aantal uren per week verrichtte. Gelet op de inhoud van de rapportage van psychiater Jessurun is er geen reden om aan deze conclusie te twijfelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4113 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 9 juni 2010, 10/1703 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 20 juni 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H. Ensing, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2012.

Namens appellante is verschenen mr. Ensing. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. de Rooij-Bal

OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft laatstelijk 14 uur per week in dienstbetrekking gewerkt als verzorgster van twee gehandicapte kinderen. Nadien heeft zij enige tijd een werkloosheidsuitkering ontvangen. Appellante heeft zich op 22 april 2008 aansluitend aan een periode waarin zij een uitkering ontving op grond van de Wet arbeid en zorg, bij het Uwv ziek gemeld. Naar aanleiding hiervan is aan haar een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.

2. Bij besluit van 15 december 2009 heeft het Uwv de ZW-uitkering met ingang van 16 december 2009 beëindigd, omdat appellante op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid.

3. Bij besluit van 26 januari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 15 december 2009 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het (bezwaar)verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig of onvolledig is geweest. De rechtbank zag dan ook geen reden voor twijfel aan de juistheid van de vaststelling van de belastbaarheid van appellante.

5. Appellante heeft in hoger beroep een rapport van 14 juli 2010 van psychiater R.W. Jessurun overgelegd, waarop bezwaarverzekeringsarts J.H.M. de Brouwer heeft gereageerd. In reactie daarop heeft appellante een brief van 7 maart 2012 van voornoemde psychiater overgelegd, waarop voornoemde bezwaarverzekeringsarts op 23 maart 2012 commentaar heeft geleverd.

6. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

6.1. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellante ten tijde in geding en, mede gelet op de beschikbare gegevens van de behandelend sector, op verantwoorde wijze geconcludeerd dat appellante op die datum niet buiten staat was haar werk te verrichten. De door voornoemde psychiater verstrekte informatie vormt geen reden voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank. Zoals voornoemde bezwaarverzekeringsarts in zijn laatste rapport heeft opgemerkt wordt van de zijde van het Uwv niet ontkend dat appellante op de datum in geding klachten had van een depressieve stoornis. Deze klachten waren echter volgens de bezwaarverzekeringsarts niet zo ernstig dat appellante als gevolg daarvan ongeschikt was voor haar weinig belastende werk, dat zij slechts een gering aantal uren per week verrichtte. Gelet op de inhoud van de rapportage van psychiater Jessurun is er geen reden om aan deze conclusie te twijfelen.

6.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van E. van Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2012.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) E. van Heemsbergen

NW