Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9490

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
28-06-2012
Zaaknummer
10-6013 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Het betoog van verzoekster bevat geen feiten of omstandigheden die haar vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn. De informatie vervat in stukken die verzoekster heeft overlegd met betrekking tot haar gezondheidstoestand zijn evenmin als zodanig te beschouwen. Verzoeksters standpunt dat zij als leek niet geacht mag worden op de hoogte te zijn van de gecompliceerde berekeningen die in het kader van de arbeidsongeschiktheidsschatting onder toepassing van het CBBS moeten worden verricht zijn ook geen omstandigheid die onder kan leiden tot toewijzing van haar verzoek. Dat geldt ook voor haar stelling dat haar destijds geen deugdelijke rechtsbijstand is verleend, met als gevolg dat bij de behandeling van de desbetreffende zaak niet alle relevante argumenten aan de Raad ter kennis zijn gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6013 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 juli 2010, 08/5816 en 09/6702 WAO

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 27 juni 2012.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft om herziening verzocht.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 16 mei 2012. Verzoekster is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch ook om een discussie over de betrokken zaak te openen (CRvB 3 oktober 2003, LJN AN7982).

2. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, gepubliceerd onder LJN BN2488, heeft de Raad het beroep tegen een besluit van 11 december 2009 van het Uwv ongegrond verklaard. In dit besluit heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 29 mei 2007 gegrond verklaard en verzoeksters uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, per 30 juli 2007 vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het besluit van 11 december 2009 berust op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.

3. Het herzieningsverzoek strekt ten betoge dat het besluit van 11 december 2009 onjuist is. Volgens verzoekster zijn haar beperkingen voor het verrichten van arbeid onjuist vastgesteld, zijn de geduide functies medisch niet geschikt voor haar, en zijn het maatmanloon en het dagloon niet juist berekend. Verzoekster heeft haar verzoek vergezeld doen gaan door stukken van medische en arbeidskundige aard. Een aantal van die stukken merkt zij aan als bevattend nieuwe informatie die bij haar niet bekend kon zijn.

4.1. Het betoog van verzoekster bevat geen feiten of omstandigheden die haar vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, onder b, van de Awb. De informatie vervat in stukken die verzoekster heeft overlegd met betrekking tot haar gezondheidstoestand zijn evenmin als zodanig te beschouwen. Dit geldt ook voor de informatie liggend in de stukken afkomstig van een pensioenfonds die betrekking hebben op haar startsalaris en die welke is ontleend aan de toelichting bij het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).

4.2. Verzoeksters standpunt dat zij als leek niet geacht mag worden op de hoogte te zijn van de gecompliceerde berekeningen die in het kader van de arbeidsongeschiktheidsschatting onder toepassing van het CBBS moeten worden verricht zijn ook geen omstandigheid die onder toepassing van artikel 8:88, eerste lid, onder b, van de Awb kan leiden tot toewijzing van haar verzoek. Dat geldt ook voor haar stelling dat haar destijds geen deugdelijke rechtsbijstand is verleend, met als gevolg dat bij de behandeling van de desbetreffende zaak niet alle relevante argumenten aan de Raad ter kennis zijn gebracht.

4.3. Gezien hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 zal het verzoek worden afgewezen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en J. Brand en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2012.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) Z. Karekezi.

JL