Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9479

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
28-06-2012
Zaaknummer
11/7565 WIA + 12/2491 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering Wet WIA-uitkering. Het onderzoek naar de beperkingen van appellante is op juiste en zorgvuldige wijze verricht en de beperkingen zijn correct weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De door appellante in hoger beroep overgelegde stukken leiden niet tot een ander oordeel. Met de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige is overtuigend uiteen gezet dat appellante gezien haar opleiding en ervaring in staat moet worden geacht de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. Bevestiging aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten. Met de nadere toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige is voldoende aannemelijk dat de functie medewerker beddencentrale terecht is geduid, zodat er voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn om de schatting op te baseren. Het beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/7565 WIA en 12/2491 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 17 november 2011, 11/1774 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 27 juni 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.A. Bouwman, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Voorts heeft het Uwv op 13 december 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen mr. C. Roele. Tevens was aanwezig M. Kasmi, tolk.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 22 september 2010 heeft het Uwv geweigerd appellante per 12 oktober 2010 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

1.2. Bij besluit van 16 februari 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 22 september 2010 ongegrond verklaard.

2.1. De rechtbank Haarlem heeft bij tussenuitspraak van 22 juli 2011 geoordeeld dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellante zorgvuldig en volledig is maar dat het bestreden besluit desalniettemin meerdere gebreken bevat. Uit de toelichting bij de functie medewerker beddencentrale blijkt dat de werkzaamheden vaak met een collega verricht worden, maar dat het ook voorkomt dat appellante zonder ondersteuning van een collega de werkzaamheden moet verrichten. In dat geval is er een overschrijding van de belastbaarheid op het onderdeel tillen. Als deze functie vervalt, resteren er twee, en derhalve te weinig, functies om de schatting op te baseren. Daarnaast zijn de toelichtingen op de onderdelen allergie (huisstofmijt), opleidingseisen en het hanteren van emoties van anderen niet overtuigend. Het Uwv is in staat gesteld om de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

2.2. Bij schrijven van 1 augustus 2011 heeft het Uwv een rapportage van een bezwaararbeidsdeskundige, gedateerd 26 juli 2011, ingebracht.

2.3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat de gebreken in het bestreden besluit nu afdoende zijn hersteld, behalve voor wat betreft het onderdeel tillen bij de functie medewerker beddencentrale. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Uwv veroordeeld tot het vergoeden van door appellante gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht.

3.1. Appellante is in hoger beroep gekomen en het Uwv heeft een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, gedateerd 13 december 2011, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond is verklaard.

3.2. Appellante heeft in hoger beroep de gronden van het beroep in essentie herhaald. Daarnaast heeft zij informatie over (huisstofmijt)allergie overgelegd, alsmede informatie over de bijwerkingen van medicijnen, gegevens afkomstig van zorgbedrijf i-psy voor interculturele psychiatrie van 4 januari 2011 en 28 februari 2012 en de resultaten van een psychologisch onderzoek van 21 september 2009.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2.1. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het onderzoek naar de beperkingen van appellante op juiste en zorgvuldige wijze is verricht en dat de beperkingen correct zijn weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De Raad ziet geen reden om appellante te volgen in haar stelling dat zij meer beperkt is dan is aangenomen. De door appellante in hoger beroep overgelegde stukken leiden niet tot een ander oordeel. Deze gegevens waren bij het Uwv al bekend en zijn bij de besluitvorming betrokken. De Raad ziet geen aanleiding appellante te doen onderzoeken door een deskundige. De hiervoor noodzakelijke twijfel aan de volledigheid en juistheid van de door het Uwv vastgestelde medische situatie van appellante en de hieruit voor haar voortvloeiende beperkingen ontbreekt.

4.2.2. Eveneens met de rechtbank is de Raad van oordeel dat met de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 26 juli 2011 overtuigend uiteen is gezet dat appellante gezien haar opleiding en ervaring in staat moet worden geacht de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. Daarnaast heeft de rechtbank terecht overwogen dat appellante ondanks haar allergie voor huisstofmijt in staat is de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te verrichten. Ook de mate waarin zij wordt geconfronteerd met emoties van anderen is niet dermate groot dat zij om die reden de werkzaamheden verbonden aan de functies niet kan verrichten. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank zoals is weergegeven in de aangevallen uitspraak en maakt deze tot de zijne.

4.2.3. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, wordt bevestigd.

4.3.1. De Raad merkt het besluit van 13 december 2011 aan als een besluit in de zin van artikel 6:18 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Nu met dit besluit niet is tegemoetgekomen aan het bezwaar van appellante dient de Raad gelet op artikel 6:19 van de Awb, in verbinding met artikel 6:24 van de Awb, dit besluit mede in zijn beoordeling te betrekken.

4.3.2. De Raad oordeelt dat het bezwaar terecht ongegrond is verklaard. Hiertoe overweegt de Raad dat de bezwaararbeidsdeskundige overleg heeft gepleegd met de bezwaarverzekeringsarts en zich gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat incidentele overschrijding tot 15 kilo in de functie medewerker beddencentrale geen enkel bezwaar is. Met name is van belang dat appellante op het onderdeel tillen licht beperkt is vanwege knieklachten en dat er nagenoeg geen afwijking is gevonden. Daarnaast blijkt uit de functieomschrijving duidelijk dat er in de regel wordt samengewerkt en dat er slechts incidenteel, zonder ondersteuning, 15 kilo getild moet worden. Met deze toelichting is voldoende aannemelijk dat deze functie terecht is geduid, zodat er voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn om de schatting op te baseren.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 13 december 2011 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2012.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(get.) H.L. Schoor

TM