Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9335

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
27-06-2012
Zaaknummer
12/1829 AW-VV + 12/1366 AW-VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beslist in zijn voorlopig oordeel dat een door het college van burgemeester en wethouders van Schinnen wegens ernstig plichtsverzuim ontslagen gemeenteambtenaar nog ontslagen blijft. De zaak is te ingewikkeld en te omvangrijk voor een inhoudelijk oordeel van de voorzieningenrechter en zal door de meervoudige kamer worden behandeld. Omdat de gemeenteambtenaar niet in een financiële noodsituatie verkeert, beslist de voorzieningenrechter ook dat de gemeente geen loon hoeft door te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1829 AW-VV en 12/3366 AW-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op de verzoeken om voorlopige voorziening

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van Schinnen (college)

[A. te B.] (betrokkene)

Datum uitspraak: 26 juni 2012

PROCESVERLOOP

Het college en betrokkene hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 14 maart 2012, 11/1485 (aangevallen uitspraak). Het hoger beroep van het college ziet op de uitgesproken onevenredigheid van de straf en dat van betrokkene op het vastgestelde plichtsverzuim.

Tegen de weigering van 12 juni 2012 om ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen heeft betrokkene beroep ingesteld.

Het college heeft verzocht om schorsing van de aangevallen uitspraak en betrokkene heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen hieruit bestaande dat het college wordt opgedragen om alsnog binnen zeven dagen na de uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de behandeling van dit verzoek op een zitting achterwege gebleven.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende hier van belang zijnde omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 2 februari 2011 is aan betrokkene als [naam functie] van de afdeling [naam afdeling] van de gemeente Schinnen onvoorwaardelijk strafontslag verleend wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Dit besluit is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij besluit van 19 juni 2011. Het aan betrokkene verweten plichtsverzuim bestond, kort samengevat, uit (de schijn van) belangenverstrengeling, financiële schendingen, misbruik van positie, onjuiste gegevensverstrekking en onjuiste omgangsvormen. Betrokkene heeft een perceel aan de [straatnaam] te [plaatsnaam] aangekocht van de gemeente Schinnen en heeft dit perceel later met winst weer verkocht (grondspeculatie). Met die verkoop had betrokkene op meerdere momenten ook functioneel bemoeienis.

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verweten gedragingen tezamen en in onderling verband bezien ernstig plichtsverzuim opleveren, zodat volgens haar sprake is van een gradueel verschil in kwalificatie van het plichtsverzuim. De rechtbank heeft van belang geacht dat betrokkene reeds 42 jaar naar volle tevredenheid werkzaam was voor een organisatie waar een dusdanige informele cultuur heerste, dat betrokkene zich vrij voelde te handelen zoals hij heeft gedaan. De rechtbank achtte geen evenredigheid aanwezig tussen het vastgestelde plichtsverzuim en de opgelegde zwaarste straf en oordeelde dat het college met een minder zware bestraffing had moeten volstaan. Het college is opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.

3. Het college heeft verzocht om de werking van de aangevallen uitspraak te schorsen. Herstel van de dienstbetrekking en terugkeer in de organisatie zou het integriteitsbeleid van het college ernstig ondermijnen, de geloofwaardigheid van het college aantasten en er zou een verkeerde signaalfunctie vanuit gaan. Het college heeft verder gewezen op alle publiciteit rondom deze zaak, die het aanzien van de gemeente schaadt.

Betrokkene beoogt, zo blijkt uit de stukken, geen directe terugkeer bij de gemeente, wel heeft hij een loonvordering ingediend bij de rechtbank Maastricht, welke is afgewezen. Betrokkene beschikt blijkens de stukken sinds zijn ontslag over een beperkt inkomen.

4. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

4.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb en artikel 21 van de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4.2. Gelet op het feit dat de aangevallen uitspraak impliceert dat het dienstverband met betrokkene is hersteld, ziet de voorzieningenrechter in al hetgeen tussen partijen is gepasseerd thans spoedeisend belang gelegen.

4.3. De vraag of de aangevallen uitspraak naar alle waarschijnlijkheid in stand zal blijven leent zich, gezien de complexiteit en de omvang van de zaak, met name op het punt van de omvang van het plichtsverzuim, niet voor enkelvoudige beantwoording door de voorzieningenrechter. Daarvoor is de behandeling door een meervoudige kamer meer geëigend. De Raad zal de hoger beroepen van betrokkene en het college behandelen op 20 september 2012. Nu niet is gebleken van een financiële noodsituatie van betrokkene ziet de voorzieningenrechter in die spoedige behandeling, en om verdere escalatie te voorkomen, aanleiding om het verzoek van het college in te willigen en de werking van de aangevallen uitspraak te schorsen tot dat uitspraak is gedaan in de hoger beroepen van partijen. Dat betekent dat het verzoek van betrokkene moet worden afgewezen.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep

- wijst het verzoek van het college toe;

- schorst de werking van de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 14 maart 2012, 11/1485, tot op de hoger beroepen van partijen is beslist;

- wijst het verzoek van betrokkene af.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van V.C. Hartkamp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2012.

(get.) K. Zeilemaker.

(get.) V.C. Hartkamp.

HD