Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9313

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-06-2012
Datum publicatie
25-06-2012
Zaaknummer
11-2148 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning ouderdomspensioen. Ingangsdatum. Er is geen sprake van een bijzonder geval zodat het pensioen niet met een langere terugwerkende kracht dan één jaar dient te worden toegekend. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat de Svb een aantal malen een aanvraagformulier voor het ouderdomspensioen aan appellant heeft toegezonden, maar dat appellant dit formulier om hem moverende redenen niet heeft ingevuld en teruggestuurd. Dat appellant niet in staat was het aanvraagformulier in te vullen en te retourneren of om daartoe een beroep op anderen te doen, is niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2148 AOW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 maart 2011, 10/1772 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 22 juni 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2012. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van der Weerd.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is geboren [in] 1940. Bij formulier gedagtekend 22 december 2009 heeft hij bij de Svb een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd.

1.2. Bij besluit van 19 januari 2010 heeft de Svb aan appellant met ingang van december 2008 een ouderdomspensioen op grond van de AOW toegekend. Daarbij is overwogen dat geen sprake is van een bijzonder geval zodat het pensioen niet met een langere terugwerkende kracht dan één jaar wordt toegekend.

1.3. Bij het bestreden besluit van 15 maart 2010 heeft de Svb zijn besluit van 19 januari 2010 na bezwaar gehandhaafd.

2.1. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe - kort gezegd - overwogen dat geen sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de AOW, nu appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat hij niet in staat was zelf het aanvraagformulier in te dienen of daarvoor de hulp van een ander in te schakelen. Appellant was op de hoogte van zijn recht op pensioen maar heeft er uit persoonlijke overwegingen voor gekozen het hem toegezonden aanvraagformulier niet in te dienen.

2.2. Met betrekking tot de stelling van appellant dat de Svb het pensioen ambtshalve had moeten toekennen, heeft de rechtbank overwogen dat een ouderdomspensioen in beginsel op aanvraag wordt toegekend. De Svb is weliswaar bevoegd tot ambtshalve toekenning over te gaan, maar is daartoe slechts gehouden in bepaalde gevallen, waarvan hier geen sprake is. De rechtbank heeft in dit verband verwezen naar de uitspraak van de Raad van 21 februari 2008 (LJN BC5628).

3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat zijn medische toestand aan het indienen van een aanvraag in de weg stond.

4.1. De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen de rechtbank heeft overwogen. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat de Svb een aantal malen een aanvraagformulier voor het ouderdomspensioen aan appellant heeft toegezonden, maar dat appellant dit formulier om hem moverende redenen niet heeft ingevuld en teruggestuurd. Dat appellant niet in staat was het aanvraagformulier in te vullen en te retourneren of om daartoe een beroep op anderen te doen, is niet gebleken. Uit de door appellant overgelegde verklaring van zijn huisarts kan dit niet worden afgeleid.

4.2. Het onder 4.1 overwogene leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en H.J. Simon als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2012.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) J.R. Baas.

JL