Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9298

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-06-2012
Datum publicatie
25-06-2012
Zaaknummer
11-2245 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen van een eerder genomen besluit. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2245 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 maart 2011, 10/305 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 15 juni 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.F. van Willigen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Door appellant zijn nadere stukken ingebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2012. Appellant heeft zich laten bijstaan door mr. Van Willigen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith.

OVERWEGINGEN

1.1. Op 19 juni 2007 heeft appellant een uitkering aangevraagd ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij besluit van 4 december 2007 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft appellant geen rechtsmiddelen aangewend.

1.2. Met een op 25 februari 2009 gedagtekend aanvraagformulier heeft appellant opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd. Deze aanvraag heeft het Uwv opgevat als een verzoek om terug te komen van zijn besluit van 4 december 2007.

1.3. Bij besluit van 13 januari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit om niet terug te komen van zijn beslissing van 4 december 2007, aangezien er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat zij met het Uwv van oordeel is dat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. In dit kader heeft de rechtbank onderschreven de in het rapport van 30 maart 2010 neergelegde motivering van de bezwaarverzekeringsarts dat de sociaal emotionele ontwikkeling van appellant niet als een nieuw feit of omstandigheid kan worden aangemerkt. Met deze ontwikkeling, die een onderdeel is van het totale functioneren van appellant, is rekening gehouden bij de beoordeling van appellants (eerste) Wajong-aanvraag van 19 juni 2007.

3. Appellant heeft in hoger beroep herhaald hetgeen hij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.

4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in hoger beroep opnieuw naar voren zijn gebracht afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft dan ook het onder 2 weergegeven oordeel van de rechtbank met inbegrip van de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen en maakt deze tot de zijne.

4.2. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2012.

(get.) J. Brand.

(get.) K.E. Haan.

KR