Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW8384

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
14-06-2012
Zaaknummer
11-484 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Indicatie voor zorg. De door appellant gewenste vergoedingen houden geen verband met het hier ter beoordeling staande indicatiebesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/484 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 december 2010, 10/2703 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

Datum uitspraak: 13 juni 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2012. Appellant is niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.I. Algoe.

OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. Bij aanvraagformulier van 28 oktober 2009 heeft appellant CIZ verzocht hem te indiceren voor zorg (verpleging en behandeling) op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

1.3. Bij besluit van 24 november 2009 heeft CIZ appellant vanwege een psychiatrische en een somatische aandoening geïndiceerd voor zorg: begeleiding groep klasse 3, begeleiding individueel klasse 4 en persoonlijke verzorging klasse 2, alle voor de periode van 24 november 2009 tot en met 22 april 2014.

1.4. Bij besluit van 29 juni 2010 heeft CIZ het bezwaar van appellant tegen het besluit van 24 november 2009 gegrond verklaard. Appellant is alsnog geïndiceerd voor zorg in natura, uitgedrukt in zorgzwaartepakket GGZ 5 C voor de periode van 24 november 2009 tot en met 23 november 2014.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 29 juni 2010 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. Appellant wenst - kort samengevat - vergoeding van een dieetsupplement, beddengoed, een zuurstofconcentrator en hulp bij het opruimen van zijn woning. Voorts stelt appellant geen naturazorg te hebben gevraagd.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak onjuist is.

4.2.1. De door appellant gewenste vergoedingen houden geen verband met het hier ter beoordeling staande indicatiebesluit.

4.2.2. De in dit besluit genoemde leveringsvorm, zorg in natura, maakt geen bindend onderdeel uit van het indicatiebesluit, maar geeft de destijds door appellant aangegeven voorkeur aan. Het zorgkantoor gaat over de realisering van de door CIZ geïndiceerde zorg. Indien appellant thans voorkeur voor een persoonsgebonden budget heeft, kan hij dit aan het zorgkantoor meedelen.

4.3. Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) M.R. Schuurman.

HD