Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW8349

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-06-2012
Datum publicatie
14-06-2012
Zaaknummer
11/793 AW + 11/794 AW + 11/795 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opdracht werkzaamheden. Gelet op de opstelling van appellante, die een beletsel vormde voor terugkeer naar haar functie van teamleider, mochten haar (mede gelet op het feit dat zij zelf om deze werkzaamheden had verzocht) in redelijkheid de werkzaamheden van preventiemedewerker worden opgedragen. Niet toelaten tot sollicitatie procedure. De staatssecretaris heeft, gelet op de rol van appellante in het arbeidsconflict te Vlissingen en het gebrek aan zelfreflectie bij appellante over haar eigen rol, in redelijkheid kunnen beslissen dat appellante niet werd betrokken in de sollicitatieprocedure naar een vergelijkbare functie bij de Douane Rotterdam. Ontheffing uit functie. Aan de volhardend weigerachtige opstelling van appellante mocht de staatssecretaris het gevolg verbinden dat appellante niet in haar oude functie werd gehandhaafd. Wat betreft de benoeming van appellante tot behandelfunctionaris heeft appellante desgevraagd te kennen gegeven dat zij geen belang meer heeft bij het desbetreffende hoger beroep, nu deze benoeming feitelijk is ingehaald door de daaropvolgende benoeming tot lid van het collegiaal bestuur te Goes.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/793 AW

11/794 AW

11/795 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 23 december 2010, 09/85, 09/159 en 09/567 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

De Staatssecretaris van Financiën (staatssecretaris)

Datum uitspraak: 7 juni 2012

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot [G.]. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.H. Grandiek.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante was werkzaam als teamleider, tevens lid van het [managementteam] ([managementteam]), bij de Douane in Vlissingen. Vanaf juni 2007 hebben zich problemen voorgedaan in de samenwerking tussen appellante en haar drie collega’s in het [managementteam]. Bij brief van 16 oktober 2007 heeft het managementteam Douane Zuid aan appellante vanwege een integriteitsincident plichtsverzuim ten laste gelegd. Op 26 oktober 2007 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen appellante en haar leidinggevende waarbij andere in aanmerking komende functies zijn besproken. Bij besluit van 23 november 2007 is appellante in het belang van de dienst de functie opgedragen van medewerker douane schaal 10 bij de Douane Zuid te Roosendaal. Dit besluit is na bezwaar van appellante bij besluit van 7 januari 2008 ingetrokken. Bij brief van 23 januari 2008 is aan appellante meegedeeld dat wordt afgezien van disciplinaire bestraffing wegens het integriteitsincident.

1.2. Na een periode van buitengewoon verlof met bezoldiging is appellante met ingang van

10 maart 2008 tewerkgesteld als preventiemedewerker. Dit is haar schriftelijk meegedeeld bij besluit van 24 juli 2008. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 23 januari 2009 (bestreden besluit 1).

1.3. Naar aanleiding van een sollicitatie van appellante naar de functie van teamleider bij de Douane Rotterdam heeft het managementteam Douane Rotterdam bij besluit van 17 juni 2008 aan appellante meegedeeld, dat zij, gelet op haar rol in het conflict binnen de Douane Zuid over haar inzetbaarheid als teamleider, niet in de sollicitatieprocedure betrokken wordt. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 18 december 2008 (bestreden besluit 2).

1.4. Bij besluit van 24 maart 2009 heeft de staatssecretaris appellante ontheven uit haar functie als lid van het [managementteam] Douane te Vlissingen. Bij besluit van 10 april 2009 is appellante benoemd tot behandelfunctionaris groepsfunctie E bij de Belastingdienst Zuidwest, kantoor Roosendaal. Deze beide besluiten zijn na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 3 juni 2009 (bestreden besluit 3).

1.5. Met ingang van 8 juni 2009 is appellante op eigen verzoek benoemd tot lid van het collegiaal bestuur bij de Belastingdienst Zuidwest, kantoor Goes. Per 1 april 2010 heeft appellante een functie aanvaard bij de gemeente Katwijk.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de beroepen van appellante tegen de bestreden besluiten 1, 2 en 3 ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante de beroepsgrond geuit dat de rechtbank niet met een eigen inhoudelijke motivering is ingegaan op de bestreden besluiten. Voorts heeft appellante, kort samengevat, gesteld dat de bestreden besluiten alle samenhangen met de weigering van de staatssecretaris om appellante, na de intrekking van het besluit tot verplaatsing van appellante op 28 januari 2008, direct, zonder nadere voorwaarden, terug te laten keren naar haar oude functie als teamleider en collegiaal bestuurder in Vlissingen. Het bestuur van Douane Zuid heeft haar terugkeer tegengewerkt, onder meer door te eisen dat appellante voorafgaand aan haar terugkeer eerst gesprekken aan moest gaan met haar leidinggevende en met de collegiaal bestuurders met wie zij zou moeten gaan samenwerken. De staatssecretaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd en bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht overweegt de Raad het volgende.

4.1. De rechtbank heeft voor de motivering van haar uitspraak verwezen naar een tweetal uitvoerig gemotiveerde uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg (3 oktober 2008, 08/850, en 8 mei 2009, 0-9/252 en 09/297); enkele overwegingen zijn daarbij door de rechtbank letterlijk geciteerd. Op deze wijze heeft de rechtbank de motivering die de voorzieningenrechter heeft gegeven tot de hare gemaakt. Daarmee is voldaan aan het vereiste van een kenbare motivering, welke motivering in hoger beroep evenzeer kan worden bestreden en getoetst als wanneer het een eigenstandige motivering van de rechtbank betrof. De Raad kan appellante dan ook niet volgen in haar stelling dat zij nadeel ondervindt doordat een inhoudelijke motivering van de aangevallen uitspraak ontbreekt.

4.2. Wat betreft de inhoudelijke geschillen tussen partijen stelt de Raad vast dat vanaf juni 2007, toen naast appellante drie nieuwe teamleiders werden aangesteld, zich in het tijdsbestek van enkele maanden een vertroebeling van verhoudingen heeft voorgedaan. Er was sprake van een moeizaam verlopende samenwerking tussen appellante en de overige teamleiders. Haar collega-bestuurders waren van mening dat zij te weinig taakgericht leiding gaf, bepaalde management-afspraken onvoldoende nakwam en onvoldoende openstond voor feedback van collega’s. In september 2007 heeft een integriteitsincident plaatsgevonden met betrekking tot het laten meevaren voor commerciële doeleinden van haar echtgenoot op een douanevaartuig tijdens een zeilevenement. Appellante wordt bij brief van 16 oktober 2007 als plichtsverzuim ten laste gelegd dat zij hierin ongelukkig heeft geopereerd en bovendien vervolgens ongelukkig heeft gecommuniceerd naar medewerkers. Een en ander heeft geresulteerd in de overplaatsing van appellante naar Roosendaal in november 2007. Weliswaar heeft de staatssecretaris in januari 2008 deze overplaatsing ongedaan gemaakt en de disciplinaire procedure naar aanleiding van het integriteitsincident beëindigd, maar dit heeft niet geleid tot een normalisatie van de arbeidsverhouding tussen partijen.

4.3. Naar het oordeel van de Raad is de blijvende onmin tussen partijen in overwegende mate veroorzaakt door de halsstarrige weigering van appellante om zich neer te leggen bij de eis, dat voorafgaand aan een daadwerkelijke terugkeer naar de functie van teamleider in Vlissingen een gesprek met de collega’s van [managementteam] zou moeten plaatsvinden, waaraan later - naar aanleiding van de beschuldigende opstelling van appellante tegenover het managementteam M1 in Vlissingen - is toegevoegd een gesprek met het management op M1-niveau. De weigerachtige opstelling van appellante blijkt reeds uit een email van appellante aan haar leidinggevende Van der W van 28 februari 2008, en is vervolgens door appellante consequent volgehouden. Zoals appellante ter zitting van de Raad heeft bevestigd is de wantrouwende en beschuldigende opstelling van appellante versterkt toen zij in april 2008 kennis kreeg van een juridisch advies aan de dienstleiding betreffende de mogelijkheden om rechtspositioneel tegen haar op te treden. Deze ontdekking was voor appellante mede aanleiding om het verplicht voeren van gesprekken als een “valkuil” en “toneelstuk” aan te duiden.

4.4. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de eis van aan de terugkeer voorafgaande gesprekken met als doel het vertrouwen te herstellen, gelet op de inhoud van de functie van collegiaal bestuurder, alleszins redelijk is. Ook naar het oordeel van de Raad was er immers onmiskenbaar sprake van een conflict-situatie tussen appellante enerzijds, en haar collega’s en het management anderzijds, en lag het in de rede dat appellante na een periode waarin zij niet als teamleider had gewerkt eerst gesprekken zou voeren om gerezen problemen uit de weg te ruimen. Aan de volhardend weigerachtige opstelling van appellante mocht de staatssecretaris dan ook het gevolg verbinden dat betrokkene niet in haar oude functie werd gehandhaafd. In het juridisch advies dat naar haar zeggen het wantrouwen van appellante heeft versterkt, ziet de Raad evenals de rechtbank geen toereikende grond voor appellante om de gevraagde gesprekken uit de weg te gaan. Veeleer zou dat wantrouwen reden hebben moeten vormen juist wel een gesprek met het management aan te gaan, om zo mogelijk tot herstel van het kennelijk geschonden vertrouwen te komen.

4.5. Appellante heeft - afgezien van de hierboven door de Raad besproken algemene stellingname - geen gronden ingebracht tegen de afzonderlijke bestreden besluiten. De Raad ziet in hetgeen hierboven is overwogen geen grond om de bestreden besluiten en het daarover door de rechtbank gegeven oordeel voor onjuist te houden. Gelet op de opstelling van appellante, die een beletsel vormde voor terugkeer naar haar functie van teamleider, mochten haar (mede gelet op het feit dat zij zelf om deze werkzaamheden had verzocht) in redelijkheid de werkzaamheden van preventiemedewerker worden opgedragen (bestreden besluit 1). Voorts heeft de staatssecretaris, gelet op de rol van appellante in het arbeidsconflict te Vlissingen en het gebrek aan zelfreflectie bij appellante over haar eigen rol, in redelijkheid kunnen beslissen dat appellante niet werd betrokken in de sollicitatieprocedure naar een vergelijkbare functie bij de Douane Rotterdam (bestreden besluit 2). Ook de handhaving van het besluit tot ontheffing van appellante uit haar functie van teamleider te Vlissingen houdt in rechte stand. Wat betreft de benoeming van appellante tot behandelfunctionaris heeft appellante desgevraagd te kennen gegeven dat zij geen belang meer heeft bij het desbetreffende hoger beroep, nu deze benoeming feitelijk is ingehaald door de daaropvolgende benoeming tot lid van het collegiaal bestuur te Goes. Wat bestreden besluit 3 betreft treft het resterend hoger beroep dus evenmin doel.

5. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het hoger beroep van appellante niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en K.J. Kraan en G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2012.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) T.J. van der Torn.

HD