Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW8224

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-06-2012
Datum publicatie
13-06-2012
Zaaknummer
12-45 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering Wajong-uitkering. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak met juistheid overwogen dat de (uiteindelijke) medische beoordeling juist is. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/45 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 28 november 2011, 10/4081 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 7 juni 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.E. Zalm hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Fisch.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is geboren op 16 oktober 1976. Ze heeft op 22 oktober 2009 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) aangevraagd.

1.2. Bij besluit van 15 februari 2010 heeft het Uwv appellante een Wajong-uitkering geweigerd omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt is geacht.

1.3. Bij besluit van 8 juli 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 15 februari 2010 ongegrond verklaard.

2.1. In de beroepsfase heeft appellante een rapportage ingebracht van de verzekeringsarts P.A.C. Teunissen, gedateerd 31 januari 2011. Teunissen is van mening dat appellante meer beperkingen heeft dan is opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Hij heeft daarbij aangegeven op welke punten appellante meer beperkt is. De bezwaarverzekeringsarts heeft vervolgens een nieuwe FML, gedateerd 27 juni 2011, opgesteld.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft onvoldoende reden om te twijfelen aan de juistheid of zorgvuldigheid van het medisch onderzoek. De bezwaarverzekeringsarts heeft de FML op enkele punten aangepast, in overeenstemming met de aanwijzingen van Teunissen. Bij de punten waar de bezwaarverzekeringsarts Teunissen niet heeft gevolgd, heeft hij gemotiveerd uitgelegd waarom hij dat niet heeft gedaan. De rechtbank acht het (uiteindelijke) medische oordeel van de bezwaarverzekeringsarts in orde.

3.1. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte de mening van de bezwaarverzekeringsarts heeft laten prevaleren boven de mening van Teunissen. Er is een grote discrepantie tussen de bevindingen van de beide artsen. In de FML hadden veel meer beperkingen opgenomen moeten worden. Ten onrechte heeft de rechtbank geen deskundige benoemd.

3.2. De Raad overweegt als volgt.

3.3. De Raad is van oordeel dat de medische component van de schatting, gelet op de beschikbare medische stukken en hetgeen appellante heeft aangevoerd, juist is. Met de beperkingen van appellante is in voldoende mate rekening gehouden in de FML van 27 juni 2011. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak met juistheid overwogen dat de (uiteindelijke) medische beoordeling juist is. De Raad volstaat met te verwijzen naar hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. De Raad voegt daaraan toe dat appellante vele dienstverbanden heeft gehad, ook langer durende zoals bij de Brilmij en Meskens. Voorts heeft zij in de periode 1992-1997 diploma’s VBO en MTS gehaald. In 2009 heeft zij de opleiding BBL opticien afgerond. Deze gegevens wijzen evenmin op het bestaan van meer beperkingen.

3.4. Evenmin als de rechtbank ziet de Raad aanleiding appellante te doen onderzoeken door een deskundige. De hiervoor noodzakelijke twijfel aan de volledigheid en juistheid van de door het Uwv vastgestelde medische situatie van appellante en de hieruit voor haar voortvloeiende beperkingen ontbreekt.

4.1. Gelet op hetgeen is overwogen in 3.3 en 3.4 treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak dient, voor zover aangevochten, te worden bevestigd.

4.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2012.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) Z. Karekezi.

KR