Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7851

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-06-2012
Datum publicatie
11-06-2012
Zaaknummer
11-7067 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering. Appellant was ten tijde van zijn ziekmelding in 1997 niet meer verzekerd voor de WAO en ook aan de nawerking als bedoeld in artikel 17 van de WAO kan appellant in 1997 geen aanspraken meer ontlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/7067 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 november 2011, 10/2634 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant], Marokko, (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 8 juni 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 april 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 6 mei 2010 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit appellant geen WAO-uitkering toe te kennen per 18 augustus 1994. Het Uwv heeft zich daarbij gebaseerd op het door de bezwaarverzekeringsarts in haar rapport van 27 april 2010 ingenomen standpunt dat er geen medische redenen zijn om aan te nemen dat het ziektebeeld op 18 augustus 1994 wezenlijk anders was dan op 19 juli 1994, alsmede dat er geen aanwijzingen zijn voor een 52 weken durende wijziging van het medische toestandsbeeld eerder dan in 1997.

2.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellant tegen het besluit van 6 mei 2010 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en een besluit genomen omtrent vergoeding van griffierecht.

2.2. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat het Uwv in het besluit van 6 mei 2010 geen juiste uitvoering heeft gegeven aan de opdracht van de Centrale Raad van Beroep gegeven in zijn uitspraak van 8 oktober 2009, nu uit het besluit van 6 mei 2010 niet valt op te maken gedurende welk tijdvak appellant verzekerd was op grond van zijn dienstverband of de nawerking van artikel 17 van de WAO.

2.3. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter uit de door het Uwv overgelegde brief van 10 mei 2011, vergezeld van een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 21 april 2011, worden afgeleid dat appellant ten tijde van zijn ziekmelding in 1997 niet meer verzekerd was voor de WAO. Zijn laatste dienstverband is geëindigd sinds 22 maart 1996 en ook aan de nawerking als bedoeld in artikel 17 van de WAO kan appellant in 1997 geen aanspraken meer ontlenen. Aangezien in de beroepsfase alsnog een deugdelijke motivering van het besluit van 6 mei 2010 is verstrekt, heeft de rechtbank aanleiding gevonden te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

3.1. In het hoger beroep, dat geacht moet worden uitsluitend te zijn gericht tegen het in stand laten door de rechtbank van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit, heeft appellant opnieuw betoogd dat hij ziek is geworden in een verzekerde periode. Naar het oordeel van de Raad heeft appellant dat standpunt echter met hetgeen hij heeft aangevoerd op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt en de Raad ziet dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan het oordeel van de rechtbank op dit punt. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank in zoverre.

3.2. Het hoger beroep van appellant treft geen doel. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd voor zover aangevochten.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2012.

(get.) J. Brand.

(get.) H.L. Schoor.

KR