Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7662

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-06-2012
Datum publicatie
06-06-2012
Zaaknummer
11-3424 ZW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Ongegrond verklaring van het verzet dit berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/3424 ZW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2011, 09/2217 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 4 juni 2012.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 26 oktober 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 26 oktober 2011 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 mei 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 26 oktober 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 11 augustus 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.

In verzet heeft appellant naar voren gebracht dat hij geen geld heeft om het verschuldigde griffierecht te betalen.

De Raad stelt vast dat appellant zich niet voor het einde van de betalingstermijn tot de Raad heeft gewend met de mededeling dat hij niet in staat is het verschuldigde griffierecht te betalen. Niet is gebleken dat appellant daartoe niet in staat is geweest.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2012.

(get.) T.G.M. Simons

(get.) D.W.M. Kaldenhoven

RH