Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7579

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
06-06-2012
Zaaknummer
11-1733 WIA PV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling dagloon. Bij de berekening van het dagloon kunnen inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB) niet worden meegenomen nu appellant niet heeft aangetoond dat hij in het refertejaar hieruit inkomsten heeft genoten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1733 WIA PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 25 januari 2011, 09/533 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen

Griffier: H.L. Schoor

Ter zitting is verschenen: mr. B. Drossaert als vertegenwoordiger van het Uwv.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. In de aangevallen uitspraak, waartegen appellant hoger beroep heeft ingesteld, is het beroep van appellant tegen het besluit waarin het dagloon is vastgesteld ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hieromtrent - kort samengevat - geoordeeld dat bij de berekening van het dagloon inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB) niet moet worden meegenomen nu appellant niet heeft aangetoond dat hij in het refertejaar hieruit inkomsten heeft genoten.

2. Appellant heeft in hoger beroep de gronden gehandhaafd die hij aan zijn beroep ten grondslag heeft gelegd. Naar zijn mening is aangetoond dat hij in het refertejaar PGB-werkzaamheden heeft verricht en daaruit inkomsten heeft ontvangen.

3. Naar het oordeel van de Raad heeft appellant ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat hij in het refertejaar (1 maart 2004 - 1 maart 2005) inkomsten uit een PGB heeft genoten. De Raad overweegt hiertoe dat de jaaropgaaf over 2004 niet beslissend is omdat hieruit niet blijkt in welke maanden van dat jaar de inkomsten uit PGB zijn genoten. De loonstroken van het PGB betreffen enkel januari en februari van 2004. Daarnaast staat op de betreffende loonstroken dat appellant uit dienst is getreden op 29 februari 2004 en op de aanvraag voor een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet heeft appellant als laatste werkdag 15 februari 2004 aangegeven. De inkomsten uit PGB zijn dus terecht niet in het dagloon meegenomen.

4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(get.) H.L. Schoor (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen

JL