Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7251

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-06-2012
Datum publicatie
04-06-2012
Zaaknummer
11-6582 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering Wet WIA-uitkering. De rechtbank heeft de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de betreffende, uitvoerige overwegingen van de rechtbank volledig. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6582 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 29 september 2011, 11/1418 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 1 juni 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. N.J. Hos, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2012. Appellante is

verschenen, bijgestaan door mr. Hos. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.A.M. Schalkwijk.

OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitvoerige weergave van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.

1.2. Bij besluit van 8 september 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante met ingang van 8 juni 2010 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is ontstaan, omdat appellante niet als arbeidsongeschikt in de zin van die wet wordt beschouwd.

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 28 maart 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 8 september 2010 ongegrond verklaard. Dit bestreden besluit berust op het standpunt dat appellante met ingang van 8 juni 2010 weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de bezwaararbeidsdeskundige geselecteerde functies. Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 35%.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de rapportages van de verzekeringsartsen niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen, noch aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de verzekeringsartsen. De rechtbank acht verder voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellante.

3. In hoger beroep heeft appellante herhaald dat zij in verband met haar lichamelijke en geestelijke klachten veel meer beperkt is dan door het Uwv is vastgesteld. Hierdoor kan zij de geduide functies niet vervullen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de betreffende, uitvoerige overwegingen van de rechtbank volledig. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd leidt de Raad dus niet tot een ander oordeel.

4.2. Het hoger beroep slaagt niet.

4.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2012.

(get.) J.P.M. Zeijen.

(get.) H.L. Schoor.

EK