Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7163

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-05-2012
Datum publicatie
31-05-2012
Zaaknummer
11-3292 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Raad: Tussen partijen is niet in geschil dat appellante na haar verhuizing naar Spanje in februari 1996 niet langer verplicht of vrijwillig verzekerd is geweest ingevolge de AOW. Dit betekent dat de Svb terecht een korting heeft toegepast op het aan appellante toegekende ouderdomspensioen over het tijdvak van 14 februari 1996 tot 7 juli 2010, zijnde de datum waarop appellante de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.

Voorts had het op de weg van appellante gelegen zich voor haar vertrek uit Nederland ook te wenden tot de Svb met een verzoek om informatie over de gevolgen van een verhuizing naar Spanje voor haar aanspraken op ouderdomspensioen ingevolge de AOW.

De Rb. heeft terecht overwogen dat geen sprake is geweest van een ongelijke behandeling van gelijke of vergelijkbare gevallen tussen appellante en haar echtgenoot. Uit de uitspraken die zijn gewezen in het kader van de toen gevoerde procedures blijkt dat de echtgenoot van appellante in een geheel andere situatie verkeerde, omdat op zijn WAO-uitkering na de verhuizing nog premies volksverzekeringen werden ingehouden en hij dus in de veronderstelling kon verkeren verplicht verzekerd te zijn. Binnen een redelijke termijn nadat hem was duidelijk geworden dat hij niet langer verplicht verzekerd was heeft hij een verzoek om informatie gedaan, dat is aangemerkt als een tijdige aanmelding voor de vrijwillige verzekering. Ten aanzien van appellante deden die omstandigheden zich niet voor en zij heeft berust in de uitspraak van de Rb. waarbij het beroep ter zake ongegrond is verklaard.

Aangevallen uitspraak bevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/3292 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 april 2011, 10/6272 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats], Spanje (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak 25 mei 2012.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2012. Appellante is daarbij, met kennisgeving, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door K. van Ingen.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is in februari 1996 met haar echtgenoot verhuisd van Nederland naar Spanje en woont sindsdien in Spanje.

1.2. In april 2001 hebben appellante en haar echtgenoot zich aangemeld voor de vrijwillige verzekering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). Na procedures bij de rechtbank en de Raad is de echtgenoot van appellante toegelaten tot de vrijwillige verzekering, omdat hij in 1998 al een als aanvraag aan te merken verzoek om inlichtingen had ingediend. Die aanvraag werd geacht een tijdige aanmelding te zijn, omdat de echtgenoot tot dat moment redelijkerwijs in de veronderstelling kon verkeren verzekerd te zijn ingevolge de volksverzekeringen in verband met de inhouding van premies volksverzekeringen op zijn Nederlandse WAO-uitkering. De Svb heeft toen geweigerd appellante toe te laten tot de vrijwillige verzekering, omdat haar aanmelding niet had plaatsgevonden binnen één jaar na het einde van haar verplichte verzekering krachtens de volksverzekeringen in 1996. Het door appellante ingestelde beroep tegen deze weigering is bij uitspraak van de rechtbank van 22 januari 2003 ongegrond verklaard. Appellante heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen deze uitspraak.

1.3. Bij besluit op bezwaar van 18 november 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 18 juni 2010 gehandhaafd, waarbij aan appellante een ouderdomspensioen ingevolge de AOW is toegekend ter hoogte van 72% van het volledige pensioen voor een gehuwde. De Svb is er daarbij vanuit gegaan dat appellante niet verzekerd is geweest ingevolge de AOW van 14 februari 1996 tot en met 6 juli 2010.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat bij het vertrek uit Nederland aan haar geen juiste informatie is verstrekt door het ABP en dat sprake is van een ongelijke behandeling, nu haar echtgenoot wel is toegelaten tot de vrijwillige verzekering en zij niet.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat appellante na haar verhuizing naar Spanje in februari 1996 niet langer verplicht of vrijwillig verzekerd is geweest ingevolge de AOW. Dit betekent dat de Svb terecht een korting heeft toegepast op het aan appellante toegekende ouderdomspensioen over het tijdvak van 14 februari 1996 tot 7 juli 2010, zijnde de datum waarop appellante de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.

4.2. Het feit dat appellante onjuist of onvolledig zou zijn geïnformeerd door het ABP over de gevolgen van de verhuizing naar Spanje kan niet tot een ander oordeel leiden. Het had op de weg van appellante gelegen zich voor haar vertrek uit Nederland ook te wenden tot de Svb met een verzoek om informatie over de gevolgen van een verhuizing naar Spanje voor haar aanspraken op ouderdomspensioen ingevolge de AOW.

4.3. Voorts heeft de rechtbank terecht overwogen dat geen sprake is geweest van een ongelijke behandeling van gelijke of vergelijkbare gevallen tussen appellante en haar echtgenoot. Uit de uitspraken die zijn gewezen in het kader van de toen gevoerde procedures blijkt dat de echtgenoot van appellante in een geheel andere situatie verkeerde, omdat op zijn WAO-uitkering na de verhuizing nog premies volksverzekeringen werden ingehouden en hij dus in de veronderstelling kon verkeren verplicht verzekerd te zijn. Binnen een redelijke termijn nadat hem was duidelijk geworden dat hij niet langer verplicht verzekerd was heeft hij een verzoek om informatie gedaan, dat is aangemerkt als een tijdige aanmelding voor de vrijwillige verzekering. Ten aanzien van appellante deden die omstandigheden zich niet voor en zij heeft berust in de uitspraak van de rechtbank waarbij het beroep ter zake ongegrond is verklaard.

4.4. Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2012.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) J.R. Baas.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

KR