Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7129

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-05-2012
Datum publicatie
31-05-2012
Zaaknummer
11-2922 WAO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Vaststaat dat het hogerberoepschrift te laat is ingediend. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat het verzuim appellant niet kan worden verweten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2922 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2011, 10/2322 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 25 mei 2012.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 22 juli 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 22 juli 2011 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 april 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 22 juli 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het hogerberoepschrift te laat is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 6 mei 2011. Het hogerberoepschrift is gedateerd 9 mei 2011. De enveloppe waarin het is verzonden, draagt het poststempel 10 mei 2011. Het hogerberoepschrift is op 17 mei 2011 bij de Raad ontvangen.

In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat hij het griffierecht twee keer heeft betaald en heeft hij de Raad verzocht de uitspraak van 22 juli 2011 te herzien.

Bij brief van 12 oktober 2011 heeft de Raad appellant erop gewezen dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en is hij in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken aan te geven waarom hij van mening is dat de uitspraak van de Raad van 22 juli 2011 onjuist is. Daarbij is medegedeeld dat de Raad van appellant één griffierechtbetaling heeft ontvangen.

Bij brief van 22 november 2011 heeft appellant aangegeven dat hij de aangevallen uitspraak te laat heeft ontvangen en dat hij vanwege ziekte niet in staat is geweest zijn hogerberoepschrift eerder in te dienen.

De Raad stelt vast dat appellant geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij de - aangetekend verzonden - aangevallen uitspraak later heeft ontvangen of dat hij om medische redenen niet in staat is geweest om te reageren. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat het verzuim appellant niet kan worden verweten, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2012.

(get.) T.G.M. Simons

(get.) D.W.M. Kaldenhoven

JL

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) statue déclare le recours non fondé.

Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 25 Mai 2012.