Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7076

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-05-2012
Datum publicatie
31-05-2012
Zaaknummer
11-637 ANW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald. Er is geen grond voor het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/637 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 november 2010, 10/1865 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak 21 mei 2012.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 8 juli 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 8 juli 2011 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 april 2012, waar partijen

- de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 8 juli 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden- brief van 18 maart 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft appellante aangegeven dat zij geen adres of bankgegevens heeft voor het betalen van het verschuldigde. Ervan uitgaande dat appellante doelt op betaling van het griffierecht, ziet de Raad hierin geen grond voor het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest. In de brief van 15 februari 2011, waarin appellante voor de eerste keer is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, zijn het adres van de Raad en de bankgegevens opgenomen. Ook in de brief van 18 maart 2011 zijn het adres en het rekeningnummer van de Raad vermeld. Indien appellante problemen heeft ondervonden met het betalen van het griffierecht, had het op haar weg gelegen de Raad hierover tijdig - dat wil zeggen voor het verstrijken van de in de brief van 18 maart 2011 gestelde termijn - te informeren. Dat heeft zij echter niet gedaan.

Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2012.

(get.) T.G.M. Simons

(get.) D.W.M. Kaldenhoven

JL

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) statue déclare le recours non fondé.

Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 21 Mai 2012.