Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7063

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-05-2012
Datum publicatie
31-05-2012
Zaaknummer
11-2998 ANW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. De Raad heeft aanleiding gezien appellante bij - aangetekend verzonden - brief opnieuw in de gelegenheid te stellen het griffierecht, binnen vier weken, te voldoen. Appellante heeft de ontvangst van de brief bevestigd. Appellante heeft het griffierecht - niettemin - niet betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2998 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 april 2011, 10/6317 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats], Turkije (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Datum uitspraak 21 mei 2012.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 19 augustus 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 19 augustus 2011 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 april 2012, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 19 augustus 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 29 juni 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In het verzetschrift heeft appellante de Raad verzocht de juiste bankgegevens aan haar door te geven omdat zij problemen heeft ondervonden met de betaling van het griffierecht.

Uit de gedingstukken blijkt dat appellante de Raad al bij brief van 19 juli 2011, en dus voor het verstrijken van de betalingstermijn, heeft bericht over betalingsproblemen in verband met een onjuist IBAN nummer. Appellante heeft de Raad verzocht het juiste IBAN nummer en de juiste SWIFT/BIC code aan haar door te geven. Op deze brief heeft de Raad niet gereageerd.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien appellante bij - aangetekend verzonden - brief van 17 november 2011 opnieuw in de gelegenheid te stellen het griffierecht, binnen vier weken, te voldoen.

Bij brief van 1 december 2011 heeft appellante de ontvangst van de brief van 17 november 2011 bevestigd en vermeld dat zij een en ander met spoed zal afhandelen.

De Raad stelt vast dat appellante het griffierecht - niettemin - niet heeft betaald.

In die omstandigheden moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2012.

(get.) T.G.M. Simons

(get.) D.W.M. Kaldenhoven

JL