Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW6262

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-05-2012
Datum publicatie
22-05-2012
Zaaknummer
10-2592 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering toekenning kinderbijslag. Met de intrekking van het bestreden besluit en het besluit appellante alsnog als ingezetene te beschouwen op de peildatum van het eerste kwartaal 2009 is de Svb geheel aan het beroep van appellante tegemoet is gekomen, zodat appellante geen belang meer heeft bij een beoordeling van het geschil in hoger beroep. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2592 AKW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 maart 2010, 09/3925 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Datum uitspraak: 4 mei 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H.K. Jap-A-Joe, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2012. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door H. van der Most en mr. A. Marijnissen.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit op bezwaar van 7 oktober 2009 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 24 juli 2009 gehandhaafd, waarbij met ingang van het tweede kwartaal van 2009 kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aan appellante ten behoeve van haar kind is toegekend, maar is geweigerd kinderbijslag over het eerste kwartaal 2009 toe te kennen omdat appellante op de peildatum van dat kwartaal niet als ingezetene in de zin van de AKW wordt beschouwd.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

De Svb heeft bij brief van 21 maart 2012 medegedeeld te hebben besloten om het bestreden besluit in te trekken en appellante alsnog als ingezetene te beschouwen op de peildatum van het eerste kwartaal 2009.

De Raad stelt vast dat de Svb, zoals ter zitting van de Raad is bevestigd, geheel aan het beroep van appellante tegemoet is gekomen, zodat appellante geen belang meer heeft bij een beoordeling van het geschil in hoger beroep. De Raad zal dan ook het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1311,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot € 1311,-, te betalen door de Svb aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat de Svb aan appellante het betaalde griffierecht van € 152,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en H.J. Simon als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2012.

(get.) M.M. van der Kade

(get.) J.R. Baas.

TM