Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW5994

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
22-05-2012
Zaaknummer
11-1507 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen op eerder genomen intrekkingsbesluit berust op goede gronden. Niet gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden. Daarnaast is niet komen vast te staan dat appellantes arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegenomen en dat die toename het gevolg is van dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor appellante destijds haar arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1507 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2011, 10/1829 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 16 mei 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.A.H. Blom, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft aanvullende informatie van de huisarts ingezonden. Het Uwv heeft een rapport van de bezwaarverzekeringsarts ingebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Blom. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J.P.A. Loogman.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 5 september 1995 heeft het Uwv appellantes arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 1 november 1995 ingetrokken.

2. Bij besluit van 2 juni 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 26 januari 2010 om niet terug te komen op het besluit van 5 september 1995, omdat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden. Daarnaast is niet komen vast te staan dat appellantes arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegenomen en dat die toename het gevolg is van dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor appellante destijds haar arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. Het bestreden besluit berust op een rapport van de bezwaarverzekeringsarts.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Raad, overwogen dat appellante geen nieuw gebleken feiten en/of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan het Uwv aanleiding had moeten zien het besluit van 5 september 1995 te heroverwegen.

4. In hoger beroep heeft appellante, met verwijzing naar hetgeen zij reeds in eerdere fases van de procedure naar voren heeft gebracht, herhaald dat er redenen zijn om terug te komen van het besluit van 5 september 1995. Tevens heeft appellante aangevoerd dat er redenen zijn om aan te nemen dat er sprake is geweest van een relevante toename van de beperkingen in de periode tussen 1995 en 2000 op grond waarvan de ingetrokken arbeidsongeschiktheidsuitkering had moeten worden heropend.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat niet is gebleken van nieuwe feiten en/of veranderde omstandigheden op grond waarvan het Uwv van zijn bevoegdheid gebruik had moeten maken om terug te komen van zijn besluit van 5 september 1995. In hoger beroep heeft appellante in dit verband geen nadere gronden aangevoerd of andersluidende informatie ingebracht. De Raad onderschrijft de aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag gelegde overwegingen volledig en maakt deze tot de zijne.

5.2. Ter ondersteuning van appellantes betoog dat haar beperkingen tussen 1 november 1995 en 1 november 2000 zijn toegenomen, is in hoger beroep informatie van de huisarts ingebracht. In het rapport van 14 december 2011 heeft de bezwaarverzekeringsarts gemotiveerd uiteengezet dat uit de gegevens van de huisarts niet valt op te maken dat er in de evengenoemde periode meer klachten zijn ontstaan die tot een toename van de beperkingen hebben geleid. De Raad heeft voor de onjuistheid van deze motivering in de in hoger beroep overgelegde gegevens noch in de overige voorhanden zijnde stukken steun gevonden.

5.3. Het hoger beroep slaagt mitsdien niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) K.E. Haan

CVG