Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW5771

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-05-2012
Datum publicatie
15-05-2012
Zaaknummer
10-2676 WWB-W-PV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Het recht op behandeling van één van de gedingen door een andere rechter kan niet worden afgedwongen omdat de desbetreffende zaak reeds is behandeld en daarin uitspraak is gedaan. Het verzoek om wraking inzake een aantal andere gedingen gaat eraan voorbij dat deze gedingen nog niet ter behandeling aan een rechter zijn toegewezen. Vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de behandelend rechter kan mitsdien nog niet bestaan.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:15
Algemene wet bestuursrecht 8:16
Algemene wet bestuursrecht 8:15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2012/1273
USZ 2012/170
JB 2012/169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2676, 10/2952, 11/1849, 11/5458, 11/1085, 11/1095; 12/1448, 12/1449; 12/1659, 12/1660, 12/1661, 12/1700 en 12/1701 WWB-W-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de verzoeken op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedaan door

[verzoeker], te Medemblik (verzoeker)

Datum uitspraak: 10 mei 2012

Zitting hebben: mr. A. Beuker-Tilstra als voorzitter en mr. J. Brand en

mr. J.J.T. van den Corput als leden

griffier: R.L. Rijnen

Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoeken om wraking

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Artikel 8:15 van de Awb bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kunnen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

2. Verzoeker heeft een aantal hoger beroepen ingesteld.

De Raad heeft in het geding 10/2676 WWB op 22 maart 2012 uitspraak gedaan.

De Raad heeft de gedingen 10/2952, 11/1085, 11/1095, 11/1849 en 11/5458 WWB ter zitting van 20 maart 2012 behandeld.

De Raad heeft in de overige zaken verzoeker nog niet voor een zitting uitgenodigd. Deze zaken verkeren in de fase van administratieve voorbereiding en zijn nog niet aan een rechter toegewezen.

3. Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 10 mei 2012.

4. Met een op 24 april 2012 ingekomen brief heeft verzoeker verzocht om wraking van mr. C. van Viegen en overigens van alle rechters van de Raad. Verzoeker heeft hiertoe aangevoerd dat sprake is van corruptheid, partijdigheid en belangenverstrengeling. De rechters, door verzoeker onder meer aangeduid als elitaire zwijnen, honden en ellendelingen, dienen te boeten.

5. Mr. Van Viegen heeft laten weten niet in de wraking te berusten en geen gebruik te maken van de gelegenheid te worden gehoord.

6. Wraking is het middel dat partijen ten dienste staat om het hun toekomende recht op een onpartijdige rechter af te dwingen. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (onder andere HR 18 november 1997, NJ 1998, 244).

7. De wraking die ziet op het geding 10/2676 WWB is gedaan nadat door de Raad uitspraak is gedaan. Van het afdwingen van het recht op behandeling van dit geding door een andere rechter kan, nu de zaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan geen sprake meer zijn. Het verzoek om wraking dat ziet op dit geding kan mitsdien niet leiden tot een inhoudelijke beoordeling en dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.

8. De wraking die ziet op de gedingen 12/1448, 12/1449, 12/1659, 12/1660, 12/1661, 12/1700 en 12/1701 WWB gaat er aan voorbij dat deze gedingen nog niet ter behandeling aan een rechter zijn toegewezen. Vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de behandelend rechter kan mitsdien nog niet bestaan.

Voor zover verzoeker met zijn verzoek alle rechters van de Raad wraakt, gaat dit verzoek eraan voorbij dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in de feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Wraking van alle rechters van de Raad behoort niet tot de mogelijkheden. De Raad wijst op de uitspraak van de Hoge Raad van 8 augustus 2003, BNB 2003, 359.

Het verzoek om wraking voor zover dat ziet op deze gedingen kan niet leiden tot een inhoudelijke beoordeling en dient eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard.

9. Ten aanzien van het verzoek om wraking van mr. Van Viegen in de zaken 10/2952, 11/1085, 11/1095, 11/1849, en 11/5458 overweegt de Raad als volgt.

10. Op grond van het bepaalde in artikel 8:16, eerste lid, van de Awb dient het verzoek om wraking te worden gedaan, zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

Verzoeker heeft na de zitting, waar hij overigens niet is verschenen, meer dan een maand gewacht met het indienen van een verzoek om wraking. Verzoeker heeft onaanvaardbaar lang gewacht met het indienen van zijn verzoek en gehandeld in strijd met artikel 8:16, eerste lid, van de Awb. Deze handelwijze van verzoeker staat een inhoudelijke beoordeling van het verzoek in de weg. Het verzoek om wraking dient ook in deze gedingen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Waarvan proces-verbaal.

de griffier de voorzitter

getekend getekend

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep