Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW5681

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2012
Datum publicatie
14-05-2012
Zaaknummer
11-3236 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening kinderbijslag. Terugvordering. Boete. De Svb heeft de Raad bericht niet langer te persisteren bij de juistheid van het bestreden besluiten. Desgevraagd heeft de gemachtigde van appellante laten weten zich volledig te kunnen vinden in het schrijven van de Svb. De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door de primaire besluiten herroepen en de Svb veroordelen in de kosten van de bezwaarprocedure. De Svb wordt veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente en de proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/3236 AKW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 april 2011, 09/2420 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 27 april 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. N.J. Brouwer hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2012. Appellante is, met bericht, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten, waarna de Raad het onderzoek heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 16 maart 2009 heeft de Svb bepaald dat appellante met ingang van het vierde kwartaal van 2004 recht heeft op enkelvoudige kinderbijslag voor haar kinderen [naam kind 1] en [naam kind 2]. Bij besluit van 23 maart 2009 heeft de Svb € 6.260,58 van appellante teruggevorderd wegens over de periode van het eerste kwartaal van 2004 tot en met het eerste kwartaal van 2008 ten onrechte uitbetaalde kinderbijslag. Bij datzelfde besluit is appellante een boete opgelegd van € 627,-. Aan deze besluiten heeft de Svb ten gronde gelegd dat appellante niet aan de Svb heeft doorgegeven dat de kinderen vanaf het eerste kwartaal van 2004 behoorden tot het huishouden van haar partner.

2. Het bezwaar tegen de besluiten van 16 maart 2009 en 23 maart 2009 is bij besluit van 20 augustus 2009 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

4.1. Na de schorsing van het onderzoek ter zitting van de Raad heeft de Svb bij brief van 23 februari 2012 aan de Raad bericht niet langer te persisteren bij de juistheid van het bestreden besluit. Aan de Raad wordt verzocht uitspraak te doen en te beslissen dat de herziening van het recht op kinderbijslag over de bestreden periode geen stand kan houden. Hiermee komt tevens de terugvordering en de boete te vervallen. Opgemerkt wordt verder dat de reeds ingevorderde kinderbijslag aan appellante zal worden terugbetaald en dat de Svb hierover wettelijke rente zal vergoeden. Voorts gaat de Svb akkoord met een veroordeling in de kosten van de procedure conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.2. Desgevraagd heeft de gemachtigde van appellante laten weten zich volledig te kunnen vinden in het schrijven van de Svb van 23 februari 2012. Verzocht wordt om uitspraak te doen en te besluiten dat de herziening van het recht op kinderbijslag over de bestreden periode niet langer stand kan houden. Tevens verzoekt de gemachtigde de Raad om de Svb te veroordelen in de proceskosten en om de Svb op te dragen de wettelijke rente te vergoeden.

4.3. De Raad stelt vast dat de Svb de bestreden besluiten niet langer handhaaft op de grond dat de herziening van het recht op kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2004 - kort gezegd - geen grond vindt in het bepaalde bij of krachtens de Algemene Kinderbijslagwet, waarmee tevens de grondslag aan de terugvordering en de boete is komen te vervallen.

4.4. De Raad zal het beroep gegrond verklaren, de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit vernietigen, en, zelf in de zaak voorziend, de besluiten van 16 en 23 maart 2009 herroepen en de Svb veroordelen in de kosten van de bezwaarprocedure ad € 644,-. De Raad zal de Svb verder veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de vanaf het eerste kwartaal van 2004 tot en met het eerste kwartaal van 2008 ten onrechte ingevorderde dan wel verrekende kinderbijslag.

4.5. De Raad zal op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht de Svb veroordelen in de proceskosten. Deze bedragen € 322,- in beroep voor verleende rechtsbijstand, en € 437,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 759,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 20 augustus 2009;

- herroept de besluiten van 16 maart 2009 en 23 maart 2009;

- veroordeelt de Svb tot betaling van wettelijke rente conform het overwogene in 4.4;

- veroordeelt de Svb in de (proces)kosten van appellante in bezwaar en (hoger) beroep tot een bedrag van in totaal € 1.403-;

- bepaalt dat de Svb aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 153,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon als voorzitter en J. Brand en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 april 2012.

(get.) H.J. Simon.

(get.) Z. Karekezi.

NW