Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW4695

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-05-2012
Datum publicatie
03-05-2012
Zaaknummer
10-3440 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beƫindiging toekenning ZW-uitkering. Door het te laat indienen van een bezwaarschrift is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft niet kunnen aantonen dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3440 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 mei 2010, 10/310 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 2 mei 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.J. van Vliet, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 4 april 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Vliet. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. P.J. Reith.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft zich op 15 mei 2009 uit zijn werk als kapper in opleiding gedurende vier uur per week ziek gemeld met diverse klachten. Aan appellant is een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.

1.2. Bij onderzoek van appellant op 27 november 2009 is de verzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat appellant met ingang van 1 december 2009 weer geschikt is voor de eigen arbeid. Het Uwv heeft bij besluit van 27 november 2009 aan appellant meegedeeld dat hij vanaf 1 december 2009 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering. In dit besluit staat vermeld dat als appellant bezwaar wil maken, hij dat dient te doen binnen twee weken na dagtekening van het besluit, dus uiterlijk op 11 december 2009.

1.3. Het Uwv heeft op 23 december 2009 een bezwaarschrift van appellant, gedateerd 21 december 2009, ontvangen. Omdat de termijn van twee weken toen al was verstreken heeft het Uwv bij brief van 6 januari 2010 aan appellant gevraagd naar de reden van het te laat indienen van het bezwaar. Bij brief van 12 januari 2010 heeft appellant het Uwv laten weten dat hij zwaar depressief was en voor het schrijven van een bezwaarschrift afhankelijk was van derden, maar bijna geen sociale contacten had. Op 14 januari 2010 is telefonisch contact tussen het Uwv en appellant geweest waaruit dezelfde informatie naar voren is gekomen.

1.4. Bij besluit van 14 januari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 27 november 2009 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar na de daarvoor gestelde termijn eerst op 23 december 2009 is ontvangen en niet gebleken is van bijzondere omstandigheden waardoor appellant niet in de gelegenheid was tijdig bezwaar te maken of namens hem bezwaar te laten maken.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant kan zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak en heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat hij niet in staat is geweest om tijdig bezwaar te maken als gevolg van zijn depressieve toestand. Appellant heeft hiertoe een aantal medische stukken bij de Raad ingediend.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1. In uitzondering op de algemene termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift, neergelegd in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), schrijft artikel 75k van de ZW voor dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift ingeval van een geschil van geneeskundige aard, twee weken bedraagt. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de hiervoor genoemde termijn ingediend bezwaarschrift, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4.2. Niet in geschil is dat de termijn voor het maken van bezwaar tegen het besluit van 27 november 2009 liep van 27 november 2009 tot en met 11 december 2009. Ook is niet in geschil dat het bezwaarschrift van appellant na deze termijn is ingediend.

4.3. De Raad staat voor de vraag of hij zich kan stellen achter het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding door appellant niet verontschuldigbaar is.

4.4. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanwezige psychische klachten in de weg hebben gestaan aan het tijdig maken van bezwaar. In hoger beroep heeft appellant medische informatie van diverse behandelaars toegezonden, maar er is niet met een medische verklaring aangetoond dat hij in de gehele periode in geding om medische redenen niet in staat was om een bezwaarschrift in te (laten) dienen.

4.5. Ter zitting van de Raad is door appellant een verklaring overgelegd van zijn behandelend psychiater van 2 april 2012. Deze verklaring zegt iets over de situatie vanaf 27 februari 2012 terwijl de situatie waarover de Raad zich in deze uitspaak moet uitspreken de periode tussen 27 november 2009 en 11 december 2009 betreft. Gelet hierop gaat de Raad voorbij aan de inhoud van die verklaring.

4.6. Uit het vorenstaande volgt dat het bezwaar van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2012.

(get.) B.M. van Dun.

(get.) H.L. Schoor.

TM