Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW4466

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
02-05-2012
Zaaknummer
10-5689 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling dagloon. Maatregel. De rechtbank heeft in haar uitspraak met juistheid gemotiveerd dat moet worden uitgegaan van een aantal arbeidsuren van 32 per week en terecht geoordeeld dat de desbetreffende bepalingen van de WW en het Besluit Dagloonregels werknemersverzekeringen juist zijn toegepast. Tevens heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat er geen sprake is van de situatie dat het te laat inschrijven als werkzoekende appellant in het geheel niet kan worden verweten. Appellant heeft ook in hoger beroep niet vermeld waarom dat het geval zou zijn. De door het Uwv aangenomen verzachtende omstandigheden betekenen niet dat in het geheel geen maatregel zou mogen worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/5689 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2010, 09/4309 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 20 april 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. F. Verkerk, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2012, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.Voor een overzicht van de relevante feiten en de standpunten van partijen in eerste aanleg verwijst de Raad naar de overwegingen 1 en 2 van de aangevallen uitspraak.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 10 augustus 2009 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het dagloon overeenkomstig de artikelen 44 en 45 van de Werkloosheidswet (WW) en artikel 9 van het Besluit Dagloonregels werknemersverzekeringen (Besluit) is vastgesteld. Het gemiddeld aantal arbeidsuren in de laatste dienstbetrekking is terecht vastgesteld op 32 uur per week. De rechtbank heeft voorts overwogen dat de aan appellant opgelegde maatregel wegens het te laat inschrijven als werkzoekende bij het Werkbedrijf de rechterlijke toets kan doorstaan. Er is geen sprake van de situatie dat deze overtreding appellant in het geheel niet kan worden verweten en evenmin is gebleken van dringende redenen op grond waarvan het Uwv had moeten afzien van het opleggen van een maatregel.

3. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat hij van mening blijft dat het dagloon te laag is vastgesteld. Hij is het oneens met de opgelegde maatregel omdat hij een verschoonbare reden had om zich later dan vereist als werkzoekende in te schrijven.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak met juistheid gemotiveerd dat moet worden uitgegaan van een aantal arbeidsuren van 32 per week en terecht geoordeeld dat de desbetreffende bepalingen van de WW en het Besluit juist zijn toegepast. Tevens heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat er geen sprake is van de situatie dat het te laat inschrijven als werkzoekende appellant in het geheel niet kan worden verweten. Appellant heeft ook in hoger beroep niet vermeld waarom dat het geval zou zijn. De door het Uwv aangenomen verzachtende omstandigheden betekenen niet dat in het geheel geen maatregel zou mogen worden opgelegd.

5. Het hoger beroep slaagt niet.

6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en C.P.M. van de Kerkhof als leden in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 april 2012.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) I.J. Penning.

KR