Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW4427

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2012
Datum publicatie
02-05-2012
Zaaknummer
11-7015 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op een uitkering ingevolge de Wet WIA. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/7015 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 26 oktober 2011, 10/712 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 27 april 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.F. van den Berg, advocaat, hoger beroep ingesteld en een nader stuk ingezonden.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2012. Namens appellant is verschenen mr. Van den Berg. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M.W.A. Blind.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitvoerige weergave van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, zoals deze bekend zijn in verband met de aanvraag op 10 september 2009 van appellant om een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.

1.2. Bij besluit van 19 november 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant met ingang van 15 december 2009 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet WIA is ontstaan, omdat appellant niet als arbeidsongeschikt in de zin van die wet wordt beschouwd.

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 28 mei 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 19 november 2009 ongegrond verklaard. Dit bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant met ingang van 15 december 2009 weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de bezwaararbeidsdeskundige geselecteerde functies. Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 35%.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant ingediende beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd onder bepaling dat de rechtsgevolgen geheel in stand blijven. Hiertoe heeft zij overwogen dat de aanwezige medische informatie geen aanknopingspunten biedt voor twijfel aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellant en dat het Uwv de drie geselecteerde functies van machinaal metaalbewerker, samensteller metaalwaren en wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur op goede gronden aan de schatting ten grondslag heeft gelegd. Aangezien de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv in zijn rapportage van 12 juli 2011 heeft aangegeven dat in de FML ten onrechte niet is vermeld dat appellant maximaal 8 uur per dag werkzaamheden kan verrichten heeft de rechtbank besloten tot vernietiging van het bestreden besluit onder de bepaling dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven.

3. Appellant heeft in hoger beroep zijn eerdere in bezwaar en beroep aangevoerde gronden herhaald. Appellant is van mening dat hij met zijn beperkingen niet in staat is de geduide functies te vervullen. Onder meer in verband met longklachten acht appellant nader onderzoek noodzakelijk, aangezien hij niet in staat is 40 uur per week te werken.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank die gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig is geweest. Terecht is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat uit de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 17 mei 2010, 28 maart 2011 en 13 mei 2011 naar voren komt dat de longproblematiek van appellant bij de beoordeling is betrokken en dat er geen aanleiding bestaat een nader onderzoek te verrichten naar de energetische belastbaarheid van appellant.

4.2. Ten aanzien van de arbeidskundige kant van de schatting volstaat de Raad met te verwijzen naar de overwegingen in de aangevallen uitspraak waarin de rechtbank oordeelt dat de functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. De Raad maakt deze overweging tot de zijne.

5. Uit hetgeen is overwogen onder 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 april 2012.

(get.) J.P.M. Zeijen.

(get.) H.L. Schoor.

JL