Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW4289

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-04-2012
Datum publicatie
02-05-2012
Zaaknummer
09-4524 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ingangsdatum ontheffing verzekeringsplicht volksverzekeringen. Appellant kan vanaf 1 november 2003 niet als stafmedewerker of andere medewerker in de zin van artikel 16, eerste lid, van het Verdrag tussen Nederland en de ESA worden aangemerkt. Vanaf 1 november 2003 is appellant verzekerd voor de volksverzekeringen, op 3 december 2007 heeft hij om ontheffing gevraagd. Geen sprake van onbillijkheid van overwegende aard. Onbekendheid met de regelgeving vormt geen aanleiding ontheffing met terugwerkende kracht te verlenen.

Wetsverwijzingen
Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 14, geldigheid: 2012-04-13
Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 14, geldigheid: 2012-04-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2012/162

Uitspraak

09/4524 AOW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 juni 2009, 08/8989 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Datum uitspraak: 13 april 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.C.J. Smallenbroek, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 november 2010. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Smallenbroek. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.T.S.J. Maarschalkerweerd.

Het onderzoek is heropend. Bij brief van 19 oktober 2011 heeft European Space Agency (ESA) vragen van de Raad beantwoord.

Op 2 maart 2012 heeft nogmaals onderzoek ter zitting plaatsgevonden. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Smallenbroek. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door H. van der Most en A. van der Weerd.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft de Britse nationaliteit, woont in Nederland en was voorheen werkzaam voor ESA. Per 1 november 2003 heeft appellant zijn werkzaamheden (definitief) beëindigd in verband met arbeidsongeschiktheid. Op 3 december 2007 heeft appellant ontheffing aangevraagd van de verzekeringsplicht ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene nabestaandenwet (ANW) en de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), tezamen te noemen de volksverzekeringen. Bij besluit van 21 december 2007 heeft het Svb met ingang van 3 december 2007 de ontheffing verleend.

1.2. Bij besluit van 4 november 2008 is het bezwaar - gericht tegen de ingangsdatum van de ontheffing - ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat een ontheffing niet met ingang van een eerdere datum kan worden verleend omdat de aanvraag niet is gedaan binnen een jaar nadat appellant aan de voorwaarden voldeed. Voorts is geoordeeld dat geen sprake is van onbillijkheden van overwegende aard. De rechtbank heeft overwogen dat vaststaat dat appellant sinds 1 november 2003 aan de voorwaarden voor de ontheffing voldeed. Van strijd met enig internationaal verdrag is de rechtbank niet gebleken.

3.1. Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat ook vanaf 1 november 2003 het socialezekerheidsstelsel van ESA op hem van toepassing is gebleven. Hij zou feitelijk bij ESA in dienst gebleven zijn. ESA is het salaris blijven doorbetalen. De doorbetaling van het salaris kan niet gelijk worden gesteld aan een uitkering volgens een regeling van de volkenrechtelijke organisatie. De ratio van de beslissing om op een dergelijke uitkering de volksverzekeringen toe te passen, gaat volgens appellant in zijn geval niet op. Voor het geval appellant wel onder de volksverzekeringen is gaan vallen, is het standpunt ingenomen dat de ontheffing met terugwerkende kracht moet worden verleend in verband met onbillijkheden van overwegende aard. Het heeft appellant niet duidelijk kunnen zijn dat hij niet langer van rechtswege uitgezonderd was van het Nederlandse stelsel, doordat bij de aangifte inkomstenbelasting 2003 informatie ontbrak.

3.2. De Svb heeft het standpunt ingenomen dat appellant vanaf 1 november 2003 verzekerd is voor de volksverzekeringen. De ontheffing is terecht eerst met ingang van 3 december 2007 verleend.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. In de eerste plaats is van belang of appellant vanaf 1 november 2003 verzekerd was voor de volksverzekeringen. Op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de AOW, artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de ANW en artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de AKW is verzekerd de ingezetene. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant op 1 november 2003 ingezetene van Nederland was.

4.2. Tot 1 november 2003 was appellant niet verzekerd voor de volksverzekeringen op grond van artikel 14, eerste lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, Stb. 1998, 746 (KB 746). In dit artikellid is - voor zover hier van belang - bepaald dat niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die in dienst is van een volkenrechtelijke organisatie en op wie de regeling inzake sociale zekerheid van die organisatie van toepassing is. Appellant heeft zijn stelling dat hij ook vanaf 1 november 2003 in dienst is gebleven van ESA en het salaris is doorbetaald niet met enig bewijs gestaafd. Die stelling kan niet worden gevolgd, nu uit de onder I genoemde brief van 19 oktober 2011 van ESA blijkt dat appellants arbeidsovereenkomst op 31 oktober 2003 is geëindigd. Vanaf die datum heeft hij geen salaris meer ontvangen en met ingang van 1 november 2003 is hem een invaliditeitspensioen toegekend. Voorts strookt de stelling niet met de door appellant overgelegde inkomensopgave (pay slip) en de aanvraag ontheffing verzekeringsplicht volksverzekeringen, waarop is vermeld dat appellant een invaliditeitspensioen (invalidity pension) ontvangt. Het feit dat het invaliditeitspensioen over de jaren 2003 en 2004 in het kader van de inkomstenbelasting buiten beschouwing is gelaten, leidt niet tot een ander oordeel. Vanaf 1 november 2003 was appellant niet meer in dienst van ESA en was artikel 14, eerste lid, van het Besluit niet meer op hem van toepassing. Op grond van het nationale recht was appellant derhalve verzekerd voor de volksverzekeringen.

4.3. Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat hij onder het sociale zekerheidsstelsel van ESA viel en op grond van de ESA-regelingen niet verzekerd was voor de volksverzekeringen.

4.4. Artikel 16, eerste lid, van het Verdrag van 10 februari 1999 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Europees Ruimte Agentschap inzake het Europees Centrum voor onderzoek en technologie-ontwikkeling op ruimtevaartgebied (Verdrag) luidt als volgt:

“As long as the Agency has its own social security system or shall adhere to a social security system offering comparable coverage to the coverage under the legislation of the Kingdom of the Netherlands, the Agency and its staff members and other employees to whom the aforementioned scheme applies, shall be exempt from social security provisions in the Kingdom of the Netherlands, unless the staff members and other employees to whom the aforementioned scheme applies take up a gainful activity in the Kingdom of the Netherlands.”.

4.5. Het sociale zekerheidsstelsel van ESA heeft onder andere zijn neerslag gevonden in ESA Staff Regulations, Rules and Instructions, waarin een onderdeel is opgenomen over social security benefits, en in ESA Pension Scheme Rules and Instructions, waarin bepalingen zijn opgenomen over het ouderdomspensioen en het invaliditeitspensioen.

4.6. Appellant kan vanaf 1 november 2003 niet meer worden aangemerkt als stafmedewerker (staff member) in de zin van artikel 16, eerste lid, van het Verdrag. In meergenoemde brief van 19 oktober 2011 heeft ESA desgevraagd medegedeeld dat appellant vanaf die datum geen stafmedewerker meer is.

4.7. Voormalige stafmedewerkers (former staff members) kunnen niet op één lijn worden gesteld met stafmedewerkers. In artikel 16, eerste lid, van het Verdrag zijn stafmedewerkers uitdrukkelijk vrijgesteld van het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel, terwijl voormalige stafmedewerkers niet worden genoemd. Daaraan doet niet af dat in de Staff Regulations van ESA onder meer voormalige stafmedewerkers zijn aangewezen als gerechtigden tot het ESA Security Scheme. Niet kan worden aangenomen dat alle personen die in de Regulations van de ESA als gerechtigden zijn aangemerkt, voor de toepassing van het Verdrag als stafmedewerkers of overige werknemers moeten worden beschouwd. Appellant heeft betoogd dat ingevolge de bepalingen van het Pension Scheme ESA hem kon onderwerpen aan een herbeoordeling en - in het geval van geschiktheid - de mogelijkheid had appellant te verplichten het werk te hervatten. Ook dit betoog leidt niet tot een andere conclusie. Aan de Regulations mag niet een zo verstrekkende betekenis worden toegekend dat - in afwijking van de tekst van het Verdrag - degenen die niet langer in diensbetrekking bij ESA werkzaam zijn, zoals gerechtigden op een invaliditeits- of nabestaandenuitkering of ouderdomspensioen, steeds van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel zouden zijn uitgesloten. Daargelaten of de opbouw van ESA-ouderdomspensioen ten tijde van de betaling van invaliditeitspensioen wordt voortgezet, brengt deze omstandigheid niet mee dat appellant als stafmedewerker in de zin van het Verdrag zou moeten worden beschouwd.

4.8. Appellant kan vanaf 1 november 2003 evenmin worden aangemerkt als andere werknemer (other employee) in de zin van artikel 16, eerste lid van het Verdrag. ESA heeft uitdrukkelijk meegedeeld dat appellant ten tijde van zijn werkzaamheden stafmedewerker was. Een uitleg van het Verdrag in de zin dat onder een andere werknemer mede zou moeten worden begrepen personen die niet (meer) in dienstbetrekking zijn van ESA kan niet worden gevolgd. In de tekst van het Verdrag of in de door ESA overgelegde interne bepalingen zijn voor deze uitleg geen aanknopingspunten te vinden. Een tekstuele interpretatie brengt mee dat het begrip andere werknemer veronderstelt dat deze in (actuele) dienstbetrekking staat tot ESA. Daarvan was in het geval van appellant vanaf 1 november 2003 geen sprake (meer).

4.9. Vervolgens houdt partijen verdeeld de vraag of de Svb op goede gronden aan de ontheffing terugwerkende kracht heeft onthouden. Niet in geschil is dat de aanvraag om ontheffing niet binnen één jaar na 1 november 2003 is ingediend, zodat ingevolge artikel 22, tweede lid, van KB 746 de ingangsdatum in beginsel niet op een eerdere dan de aanvraagdatum kan worden bepaald.

4.10. Terecht heeft de rechtbank geoordeeld dat in dit geval geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 22, derde lid, van KB 746. Niet kan worden gezegd dat de toepassing van artikel 22, tweede lid, KB 746 leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. In het beleid van de Svb is aangegeven dat een dergelijke onbillijkheid zich - onder meer - kan voordoen in het geval late indiening van het verzoek om vrijstelling aantoonbaar het gevolg is van het verstrekken van onjuiste of onvolledige voorlichting door een publiekrechtelijk orgaan, bijvoorbeeld de belastingdienst, en betrokkene redelijkerwijs niet aan die voorlichting had hoeven te twijfelen. Voorts neemt de Svb aan dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard als het verzoek te laat is ingediend omdat door de belastingdienst het aangifteformulier over enig jaar te laat is verzonden en de betrokkene alsnog verzoekt om ontheffing naar aanleiding van het later ontvangen aangifteformulier of de aanslag. In het onderhavige geval is niet aannemelijk dat appellant door de Svb of de belastingdienst onjuist of onvolledig is voorgelicht. Immers, in de toelichting bij het aangifteformulier inkomstenbelasting en premie volksverzekering over 2003 - waaraan namens appellant ter zitting van november 2010 is gerefereerd - is gewezen op de mogelijkheid om vrijstelling van deze premie te verzoeken. Aan de omstandigheid dat geen nader op de situatie van appellant toegesneden informatie was bijgevoegd, komt in dit verband geen betekenis toe. Het lag op de weg van appellant hieromtrent nadere informatie in te winnen. Niet is gebleken dat de belastingdienst het aangifteformulier over enig jaar te laat zou hebben verzonden.

4.11. De stelling van appellant dat hij als gevolg van het niet bekendmaken van het beleid er te laat achter is gekomen dat hij ontheffing diende te vragen, moet worden verworpen. Immers, de te late aanvraag is het gevolg van de omstandigheid dat appellant er niet van op de hoogte was dat hij door het eindigen van de dienstbetrekking met ESA niet langer van het Nederlandse stelsel en van de verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen was uitgezonderd. Deze uitzondering volgt niet uit het beleid van de Svb maar rechtstreeks uit de hiervoor genoemde nationale en internationale regelgeving. In eerdere uitspraken van de Raad - waaronder die van 17 december 2009, LJN BK8144 en 4 juni 2009, LJN BI9026 - is tot uitdrukking gebracht dat geen ontheffing met terugwerkende kracht wordt verleend indien het niet eerder aanvragen het gevolg is van onbekendheid met de regelgeving.

5. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en E.E.V. Lenos als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 april 2012.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) J.R. Baas.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

EK