Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW3811

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
26-04-2012
Zaaknummer
10-3722 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant heeft aangegeven zich met de gedurende het hoger beroep genomen nieuwe beslissing op bezwaar te kunnen verenigen en verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten. Nu er tussen partijen geen te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Veroordeling in de proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/3722 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 9 juni 2010, 10/1206 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant], te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 25 april 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Y. Bouyazdouzen hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2012. Appellant is verschenen bijgestaan door mr. Y. Bouyazdouzen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst.

Het Uwv heeft op 28 februari 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 14 maart 2012 is namens appellant verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 28 februari 2012 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat hij zich met de nieuwe beslissing op bezwaar van 28 februari 2012 kan verenigen en verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten.

2. Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

3. De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, € 874,--,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 2.622,--.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;

Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.622,--;

Bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 152,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 april 2012.

(get.) B.M. van Dun.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

IvR