Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW3426

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
23-04-2012
Zaaknummer
11-5063 WW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BY4018
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning WW-uitkering. De ontslagvergoeding is terecht niet meegenomen in de berekening van de hoogte van het dagloon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/5063 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 13 juli 2011, 11/1054 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 20 april 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.J. de Rooij hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2012. Appellante was aanwezig, bijgestaan door mr. De Rooij. Voor het Uwv is verschenen mr. M.J. van Steenwijk.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 24 november 2010 heeft het Uwv aan appellante met ingang van 1 november 2010 een uitkering toegekend op grond van de Werkloosheidswet (Ww). Het dagloon waarop deze uitkering is gebaseerd is daarbij vastgesteld op € 81,18.

1.2. Bij beslissing op bezwaar van 18 februari 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan appellante betaalde ontslagvergoeding buiten beschouwing dient te worden gelaten bij de berekening van de hoogte van het dagloon.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gericht tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de ontslagvergoeding terecht niet is meegenomen. De rechtbank stelt voorop dat als uitgangspunt moet worden genomen het loon dat de werknemer volgens opgaven van zijn werkgever daadwerkelijk heeft genoten in de referteperiode. De inkomsten waarop appellante recht heeft in verband met beëindiging van de dienstbetrekking betreffen geen loon in de zin van hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 1, van de Wet Financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Daar is slechts sprake van als er ook premies voor sociale verzekeringswetten voor dienen te worden afgedragen. Dat is niet gebeurd. Op de regel dat als uitgangspunt moet worden genomen het loon dat de werknemer volgens opgaven van zijn werkgever daadwerkelijk heeft genoten in de referteperiode is in artikel 2, vijfde lid van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (Besluit) een uitzondering geformuleerd. Deze houdt in dat onder Sv-loon mede wordt begrepen de inkomsten waarop de werknemer recht heeft in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking, voor zover die inkomsten worden toegerekend aan het refertejaar.

De ontslagvergoeding is een tegemoetkoming voor toekomstig gederfd inkomstenverlies, zodat deze inkomsten niet aan een of meerdere periodes in het refertejaar kunnen worden toegerekend.

3. In hoger beroep heeft appellante haar stelling dat de ontslagvergoeding ten onrechte niet is meegenomen bij het vaststellen van het dagloon herhaald. Zij heeft aangegeven dat uit de wetsgeschiedenis van de relevante artikelen blijkt dat het in aanmerking te nemen loon voor de vaststelling van het dagloon niet beperkt is tot het Sv-loon. Het in het refertejaar genoten loon wordt vastgesteld aan de hand van de loonopgave door de werkgever. De werkgever heeft loonopgave gedaan van de ontslagvergoeding en dat moet dan betrokken worden bij de berekening van het dagloon.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De Raad is met rechtbank, en op de door haar gebezigde gronden, van oordeel dat terecht de ontslagvergoeding niet is meegenomen in de berekening van de hoogte van het dagloon. De Raad heeft al meerdere malen geoordeeld (bijvoorbeeld in CRvB 6 januari 2012, LJN: BV0618 en CRvB 27 januari 2012, LJN: BV2048) dat een ontslagvergoeding niet kan worden gelijkgesteld met loon op basis van artikel 2, vijfde lid, van het Besluit. Dit artikellid is bedoeld voor de situatie dat het dagloon negatief zou worden beïnvloed doordat in het refertejaar tijdelijk geen WW-uitkering wordt genoten omdat een deel van een toegekende vergoeding, als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de WW, aan die periode in het refertejaar zou moeten worden toegerekend. De vergoeding wordt in zoverre immers gelijkgesteld met recht op onverminderde doorbetaling van loon, hetgeen aan het ontstaan van een recht op een WW-uitkering over die periode in de weg staat. Deze situatie doet zich in het geval van appellante niet voor.

4.3. Voorts overweegt de Raad dat de geschiedenis van de totstandkoming van de relevante bepalingen, anders dan appellante stelt, geen aanknopingspunten biedt voor het standpunt dat de ontslagvergoeding wel betrokken dient te worden bij de berekening van het dagloon.

4.4. De stelling van appellante dat het Uwv de ontbindingsvergoeding in bepaalde andere gevallen wel bij het dagloon heeft meegenomen slaagt niet omdat het Uwv niet gehouden is gemaakte fouten voort te zetten.

4.5. Uit hetgeen is overwogen in 4.2 en 4.3 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 april 2012.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) N.S.A. El Hana.

TM