Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW3334

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-04-2012
Datum publicatie
19-04-2012
Zaaknummer
10-6873 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontzegging verdere ZW-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn eigen arbeid. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts hebben bij een lichamelijk onderzoek geen ernstige afwijkingen kunnen vaststellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6873 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 november 2010, 10/32 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 18 april 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.J. de Bruin, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Voormelde gemachtigde heeft bij brief van 16 februari 2012 een aantal stukken in het geding gebracht waarop het Uwv bij brief van 20 februari 2012 heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2012. Namens appellant was voormelde gemachtigde aanwezig. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant, voorheen werkzaam als (assistent) beheerder buurthuis, heeft zich tijdens het ontvangen van uitkering ingevolge de Werkloosheidswet op 18 november 2008 ziek gemeld met klachten in verband met flauwvallen, rugklachten alsmede klachten van psychische aard. Terzake is hem een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend. Na onderzoek door de verzekeringsarts A.M.C. Vergroesen is appellant bij besluit van 9 november 2009 met ingang van 11 november 2009 verdere ZW-uitkering ontzegd omdat hij geschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn eigen arbeid. Het tegen dit besluit door appellant gemaakte bezwaar is bij besluit van 26 november 2009 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het namens appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank, verkort weergegeven, overwogen dat er sprake is van een zorgvuldig onderzoek, waarbij de (bezwaar)verzekeringsartsen geen ernstige beperkingen voor het verrichten van zijn arbeid hebben kunnen vaststellen. Daarbij is met recht mede in aanmerking genomen dat appellant het eigen - lichte - werk met zijn klachten jaren heeft kunnen doen. Ook hetgeen appellant met betrekking tot zijn psychische klachten heeft gesteld heeft de rechtbank niet doorslaggevend geacht.

3. In hoger beroep is namens appellant benadrukt, dat zijn psychische klachten zijn onderschat, waarbij is gewezen op de in beroep overgelegde verklaring van R. Zwaan, psycholoog. Ook heeft appellant veel last van rug-, schouder- en heupklachten waardoor het lopen en staan zeer moeilijk gaat.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. Het hoger beroep slaagt niet. De Raad kan hetgeen de rechtbank heeft overwogen en beslist onderschrijven. Daaraan voegt de Raad toe, dat in hoger beroep een aantal verklaringen zijn overgelegd onder meer van de neurologen C.A. van Donselaar en E.C.A. Kaal alsmede van F.M.R.J. Hersbach, cardioloog en van R.M. Swart, arts-assistent interne geneeskunde. Geen van deze artsen heeft een objectiveerbare verklaring voor de door appellant gestelde wegrakingen kunnen vinden. Donselaar en Swart vermelden bovendien dat deze aanvallen niet langer dan enkele seconden tot maximaal anderhalve minuut duren en dat appellant zelf vermeldt dat hij ze voelt aankomen en ze dan soms kan afwenden. Andere (ernstige) afwijkingen, behoudens een hoge bloeddruk, hebben deze artsen (ook bij EEG-onderzoek) niet kunnen traceren. De ook in hoger beroep overgelegde verklaring van R. Zwaan voornoemd bevat niet meer dan de mededeling dat appellant bij hem onder behandeling is in verband met onverklaarbare wegrakingen. De Raad kan daaraan niet de waarde hechten die appellant eraan toegekend wil zien. De Raad merkt tot slot nog op, dat zowel de verzekeringsarts Vergroesen voornoemd als de bezwaarverzekeringsarts bij lichamelijk onderzoek geen ernstige afwijkingen hebben kunnen vaststellen.

4.3. Uit hetgeen onder 4.2 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling van een der partijen in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2012.

(get.) J. Riphagen.

(get.) K.E. Haan.

GdJ