Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW3253

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
19-04-2012
Zaaknummer
11-1344 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking bijstand. Gezamenlijke huishouding. Van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging dat het gaan samenwonen geen gevolgen zal hebben voor de bijstand is geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/1344 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 12 januari 2011, 10/132 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (college)

Datum uitspraak: 17 april 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.Th.M. Demmer, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2012. Voor appellant is mr. Demmer verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Roemers.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB), laatstelijk naar de norm voor een alleenstaande. Bij besluit van 21 oktober 2009 heeft het college de bijstand met ingang van 1 oktober 2009 beëindigd (lees: ingetrokken) op de grond dat appellant vanaf die datum een gezamenlijke huishouding is gaan voeren met zijn

ex-echtgenote en haar inkomen hoger is dan de voor hen beiden van toepassing zijnde bijstandsnorm.

1.2. Bij besluit van 15 december 2009 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 21 oktober 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat zijn ex-echtgenote bij hem is ingetrokken om hem vanwege zijn medische problematiek te kunnen verzorgen. Om problemen met zijn uitkering te voorkomen heeft hij dit tevoren besproken met zijn contactpersoon bij het college. Zijn contactpersoon heeft hem niet duidelijk en volledig geïnformeerd over de mogelijke gevolgen. Er is daarom sprake van onzorgvuldig handelen waardoor het college in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten om de bijstand in te trekken.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Het gaat in dit geding om de periode van 1 oktober 2009, de datum van intrekking van de bijstand tot en met 21 oktober 2009, de datum van het intrekkingsbesluit. Niet in geding is dat appellant in deze periode een gezamenlijke huishouding voerde met zijn ex-echtgenote.

4.2. In het verslag van de hoorzitting wordt vermeld dat appellant al in januari 2009 bij zijn contactpersoon heeft gemeld weer met zijn ex-partner samen te willen gaan wonen vanwege zijn gezondheidsproblemen. De contactpersoon zou toen hebben opgemerkt dat dit pas gevolgen heeft als één van hen de woning zou opzeggen en zij dus werkelijk nog maar over één gezamenlijke woning zouden beschikken. Op dat moment zouden zij dan eventueel gezamenlijk een uitkering kunnen aanvragen. Deze informatie is op zichzelf niet juist omdat ook bij het aanhouden van twee woningen onder omstandigheden sprake kan zijn van een gezamenlijke huishouding. Dit is hier echter niet van belang, omdat ter zitting van de Raad is bevestigd dat de ex-echtgenote met ingang van 1 oktober 2009 haar intrek heeft genomen in de woning van appellant en niet meer beschikte over een eigen woning. Appellant kon daarom weten dat dit gevolgen voor zijn bijstand zou kunnen hebben. Het bleek niet mogelijk om in aanmerking te komen voor een gezamenlijke uitkering omdat de ex-echtgenote van appellant daarvoor teveel verdiende. Voor zover appellant heeft bedoeld om een beroep te doen op het vertrouwensbeginsel kan dat niet slagen. Van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging dat het gaan samenwonen geen gevolgen zal hebben voor de bijstand is geen sprake.

4.3. Uit hetgeen onder 4.2 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt daarom voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2012.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) B. Bekkers.

HD