Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW2228

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
13-04-2012
Zaaknummer
10-6293 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht meer op WIA-uitkering. De Raad heeft een onafhankelijk deskundige geraadpleegd. De bezwaarverzekeringsarts heeft naar aanleiding van de rapportage van de deskundige de FML aangepast. De Raad heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts de door de deskundige aangegeven belastbaarheid van appellant niet op juiste wijze heeft vertaald in de FML. De voorgehouden functies zijn in medisch opzicht geschikt te achten. Nu in hoger beroep het Uwv de FML enigszins heeft aangepast en voorts nog een aanvullende arbeidskundige motivering heeft gegeven, zal het Uwv veroordeeld worden in de door appellant in beroep en in hoger beroep gemaakte proceskosten en zal voorts bepaald worden dat aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht wordt vergoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6293 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 oktober 2010, 08/1139 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.P.A. Thoonen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De door de Raad als deskundige benoemde psychiater G.T. Gerssen heeft over de gezondheidstoestand van appellant op 28 november 2011 gerapporteerd. Partijen hebben hun zienswijze op het deskundigenrapport ingezonden.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 16 juli 2007 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant in aansluiting op zijn loongerelateerde WGA-uitkering met ingang van 30 januari 2008 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Deze beslissing berust op het standpunt dat appellant met inachtneming van zijn medische beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 14 mei 2007 geschikt is te achten tot het verrichten van werkzaamheden in passende functies, resulterend in een verlies aan verdienvermogen van minder dan 35%. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 20 februari 2008 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en het beroep van appellant ongegrond verklaard.

3.1. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij vanwege zijn psychische klachten meer beperkt is dan door het Uwv in de FML van 14 mei 2007 is vastgelegd. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij een rapport van psychiater R. Soylu van 20 december 2010 ingebracht.

3.2. Bij brief van 5 januari 2012 is namens appellant bericht dat hij zich kan vinden in de rapportage van de deskundige van 28 november 2011.

3.3. In zijn rapport van 9 januari 2012 heeft de bezwaarverzekeringsarts geconcludeerd dat nu de deskundige appellant op onderdelen verdergaand beperkt acht, dit aanleiding geeft om de FML aan te scherpen. In zijn rapport van 13 januari 2012 heeft de bezwaararbeidsdeskundige geconcludeerd dat de door de bezwaarverzekeringsarts op 10 januari 2012 gewijzigde belastbaarheid geen aanleiding geeft de lijst met arbeidsmogelijkheden aan te passen.

3.4. Bij brief van 8 maart 2012 is namens appellant bericht dat hij zich refereert aan het oordeel van de Raad.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad heeft in hetgeen appellant heeft aangevoerd aanleiding gezien psychiater Gerssen als deskundige te benoemen voor het instellen van een onderzoek. In zijn rapport van 28 november 2011 heeft de deskundige op vragen van de Raad geantwoord dat hij zich deels kan verenigen met de door de bezwaarverzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid van appellant en de FML van 14 mei 2007 en deels met het standpunt van psychiater Soylu. De deskundige is het eens met Soylu dat het omgaan met conflicten en problemen en het dragen van eindverantwoordelijkheid tot overbelasting zullen leiden. Die items ontbreken bij de vastgestelde belastbaarheid, aldus de deskundige. Verder heeft de deskundige te kennen gegeven dat rekening houdend met die (extra) beperkingen passende werkzaamheden voor appellant tot de mogelijkheden behoren.

4.2. Volgens vaste rechtspraak pleegt de Raad het oordeel van een onafhankelijke door hem ingeschakelde deskundige te volgen, mits de deskundige zijn bevindingen en conclusies op inzichtelijke wijze en naar behoren heeft gemotiveerd. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan in dit geval van dat uitgangspunt zou moeten worden afgeweken is de Raad niet gebleken. Het door de deskundige verricht onderzoek is volledig en zorgvuldig geweest. Voorts heeft de deskundige zijn conclusies omtrent de belastbaarheid van appellant met ingang van 30 januari 2008 van een deugdelijke motivering voorzien.

4.3. De Raad heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts de door de deskundige aangegeven belastbaarheid van appellant niet op juiste wijze heeft vertaald in de FML van 10 januari 2012. De Raad komt dan ook tot de conclusie dat het Uwv de belastbaarheid van appellant met ingang van 30 januari 2008 met de FML van 10 januari 2012 juist heeft weergegeven.

4.4. Uitgaande van de juistheid van de FML van 10 januari 2012 ziet de Raad in de voorhanden zijnde gegevens voldoende steun voor het oordeel dat de belasting in de aan appellant voorgehouden functies zijn beperkingen niet te boven gaan en dat deze functies daarmee voor appellant in medisch opzicht geschikt zijn te achten.

4.5. Uit hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.4 volgt dat de rechtbank het bestreden besluit terecht in stand heeft gelaten. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

5. Nu in hoger beroep het Uwv de FML enigszins heeft aangepast en voorts nog een aanvullende arbeidskundige motivering heeft gegeven, zal het Uwv veroordeeld worden in de door appellant in beroep en in hoger beroep gemaakte proceskosten en zal voorts bepaald worden dat aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht wordt vergoed. De proceskosten worden begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 656,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 0,5 punt voor het geven van een schriftelijke zienswijze na verslag deskundigenonderzoek), in totaal € 1.530,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- Bevestigt de aangevallen uitspraak;

- Wijst het verzoek om schadevergoeding af;

- Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van € 1.530,-, te betalen aan de griffier van de Raad;

- Bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 150,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2012.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) K.E. Haan.

NW