Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BW1969

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-04-2012
Datum publicatie
12-04-2012
Zaaknummer
10-4701 WW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BY4017
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning WW-uitkering. Hoogte dagloon. De betaling van de gefixeerde schadevergoeding moet worden beschouwd als een aan de werkgever opgelegde verplichting welke nakoming niet onder het begrip door de werknemer genoten loon valt zoals dat in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder j, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen is gedefinieerd. Nu de gefixeerde schadevergoeding niet te beschouwen is als loon kan zij niet bij de berekening van het dagloon worden betrokken.

Wetsverwijzingen
Wet financiering sociale verzekeringen
Wet financiering sociale verzekeringen 16
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 680
Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2012/129
RSV 2012/162

Uitspraak

10/4701 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats], (appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 14 juli 2010, 10/998 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 6 april 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.J. de Rooij hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2012. Voor appellante is verschenen mr. De Rooij. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sluis.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 29 september 2009 heeft het Uwv aan appellante een uitkering op grond van de Werkloosheidswet toegekend. Het dagloon van deze uitkering is daarbij vastgesteld op € 59,76.

1.2. Bij besluit van 4 januari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het tegen het besluit van 29 september 2009 gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het dagloon vastgesteld op € 100,48.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit gedeeltelijk vernietigd en bepaald dat haar uitspraak, waarin is overwogen dat het dagloon dient te worden vastgesteld op € 109,11, voor het vernietigde deel van het besluit in de plaats treedt.

3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat het dagloon nog steeds niet juist is vastgesteld, waarbij zij ter zitting van de Raad heeft vermeld, dat slechts in geschil is of de door de kantonrechter bij vonnis van 14 mei 2009 toegewezen gefixeerde schadevergoeding bij de berekening van het dagloon moet worden betrokken.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De aan appellante op grond van artikel 7:680 van het Burgerlijk Wetboek toegekende gefixeerde schadevergoeding is niet toe te rekenen aan een bepaalde periode binnen de dienstbetrekking en evenmin aan daarbinnen verrichte arbeid. Door de (onregelmatige) opzegging is de dienstbetrekking van appellante immers geëindigd en zij heeft ook geen arbeid meer verricht. Dat de hoogte van de vergoeding is gefixeerd op het bedrag aan loon dat zou zijn verdiend indien de dienstbetrekking op regelmatige wijze zou zijn beëindigd, maakt niet dat de vergoeding aan een periode binnen de dienstbetrekking moet worden toegerekend. Dat komt ook naar voren uit het gegeven dat appellantes werkgever door de kantonrechter niet alleen is veroordeeld tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding, maar ook tot betaling van het overeengekomen loon tot aan de datum van de opzegging. De betaling van de gefixeerde schadevergoeding moet derhalve worden beschouwd als een aan de werkgever opgelegde verplichting welke nakoming ingevolge artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet financiering sociale verzekeringen niet onder het begrip door de werknemer genoten loon valt zoals dat in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder j, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (BDW) is gedefinieerd.

4.2. Nu de gefixeerde schadevergoeding niet te beschouwen is als loon in de zin van het BDW kan zij niet bij de berekening van het dagloon worden betrokken en is toepassing van het vierde lid van artikel 2 van het BDW al evenmin aan de orde.

4.3. Hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, voor zover deze is aangevochten.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en T.L. de Vries en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2012.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) N.S.A. El Hana.

IvR